HOKKAIDO: LAST FRONTIER (IV)

Zoveel herinneringen. De Amerikaanse schrijver Pat Conroy – wie kent hem niet? – wist al, dat wanneer je reist, al je ervaringen steeds opnieuw terugkomen op rustige momenten, als je gewoon met jezelf bent. De reis eindigt nooit, je kunt je er niet meer van losmaken.

Is dat mooi of niet? Voor mij klopt ieder woord.

Mede daarom kijk ik doorgaans met de nodige scepsis naar mensen die keer op keer, ieder jaar maar weer, naar dezelfde bestemmingen gaan. Lekker luieren. Zon, zee en zaligheid. Terrasje pakken, en na het eten nog wat slenteren op de boulevard of door dat leuke (toeristen-)stadje. Weten wat je hebt, en vooral ook bekend zijn met dat wat je kunt verwachten. Niets mis mee, zou je zeggen. Het lijkt wel vakantie. Ieder het zijne. Maar ik vind het armzalig. Afijn, het komt onderaan de streep als altijd neer op de vraag of je een toerist bent, of een reiziger.

Ik heb eens even gekeken wat ik nog wil opschrijven over die reis naar Hokkaido. Een zodanig verre bestemming, dat die in het algemeen alleen is aan te raden voor diehard wandelaars. Zij die meerdaagse tochten dwars door uitgestrekte natuur willen maken. Water uit de rivier en de vis eten die je daar even daarvoor zelf hebt gevangen. Vuurtje stoken. Met meer beren dan mensen in de buurt.

Maar ik behoor niet tot die categorie. Ben meer van de ontdekkingen per auto. En in die zin heeft Hokkaido mij niet teleurgesteld. De rit van Rausu naar Utoro, dwars over de Shiretoko Pass en door het gelijknamige nationale park, schijf ik bij in mijn top-5. Een slordige 30 kilometer slechts, waarna ik geneigd was om hem omgekeerd nog een keer te rijden. Zeer verschillende weersomstandigheden, steeds andere panorama’s van wit naar groen en blauw en daarnaast zeker ook lekker sturen. Zonder medeweggebruikers. Deze Route 334 is trouwens het grootste deel van het jaar afgesloten. Als je er bent geweest, dan snap je dat.

HET VOLLE NIETS

Over roadtrips gesproken, mijn tocht van een kleine 400 km langs het brakke water van de Zee van Ochotsk – waar het ijs nog maar net was gesmolten – van Utoro naar Wakkanai, deed ook iets met mij. Over de reis die imponerender is dan de bestemming, zoals de vorige keer hier al opgemerkt. Ik vond dat al een hele ervaring, maar eigenlijk moest het mooiste van de wegentrip nog komen. De ultieme eenzaamheid als je vanuit het meest noordelijke puntje van Hokkaido weer naar het zuiden rijdt, langs de Japanse Zee. Het volle niets. Het weer moet dan ook een beetje meezitten, zo vlak langs de smalle, lege stranden die vol met wrakhout liggen.

Hier woont niemand, met de rollende golven bijna tot aan je raampje. Een paar honderd km niets tussen jou en die schijnbaar volledig verlaten zee die het einde van de wereld lijkt. Daarna val je eraf.

Geen (vissers-)boot, geen huis, geen auto. Alleen een mooie weg, als langs een lineaal. Ben wel wat gewend in Ierland, maar dit was vlakker, leger, weidser en stiller.

Ik hou, nogmaals, van Japan en de Japanners. Maar wat zijn ze toch nog altijd bescheiden, Aziaten. Wat me vorig jaar ook al opviel in de steden met hun glinsterende winkelcentra, is dat zij opkijken naar ons, westerlingen. Mode en accessoires worden op grote schermen en nog grotere afbeeldingen geshowd door puur-Westerse modellen, man of vrouw. Dat zijn mensen die uit Rotterdam kunnen komen, in plaats van Tokio. Snap ik niet. Kennelijk zijn wij de rolmodellen. Kijk even verder, zou ik zeggen.

Ik kan deze vierdelige serie niet afsluiten zonder mijn steun en goede vriend in grote leegtes onderweg: Seicomart. Een geweldige, overal en altijd betrouwbare formule met een kleine 1.200 vestigingen in Japan. Maar Hokkaido is de geboorteplaats en het centrum van deze ‘convenience store’, met een formule die wat mij betreft het midden houdt tussen een AH to go, Starbucks en een cafetaria. Altijd open, altijd vers en opmerkelijk goede koffie in verschillende sterktes. Vriendelijk personeel, schoon en georganiseerd. Uitstekende, gratis toiletvoorzieningen, waar echt geen wc-papier op de grond ligt en je je handen lekker kunt wassen (en afdrogen!). Enzovoort, enzovoort. Heel Japans eigenlijk. Dienstbaar, we zijn er voor jou. Ik heb er op mijn tocht van 2.100 km diverse keren ontbeten – omdat ik de eeuwige vismaaltijden ook ’s ochtends wel een beetje beu was geworden – , geluncht, lekker koud water gekocht en fruit voor onderweg. Ik maakte een sprongetje toen ik ergens in de laatste dagen zag dat ze ook T-shirts verkopen. Dat zal ik koesteren als een schat.


Nog altijd schittert de Democratische Partij in Amerika door afwezigheid. Nog altijd hebben ze daar niemand gevonden met de persoonlijkheid, de uitstraling en de klasse om iets van tegenwicht aan Donald Trump te bieden. Het is niet anders. (18x)

Kijk ook eens op straat, voor en naast de deur. Al het afval, de blikjes, pizzadozen en sigarettenpeuken die zo “normaal” zijn in zoveel Europese landen, zijn hier door mij niet ‘weggeshopt’. Dit is Japan.

Wat vind je eigenlijk zelf?

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.