Ooit was Feyenoord mijn club. Als kleine jongen aan de hand van mijn voetbalminnende ome Lou naar de Kuip. Niet tweewekelijks, maar zeker wel met een zekere regelmaat. Door weer en wind. Europese topwedstrijden, die ik later ook soms alleen of een enkele keer met mijn vader bezocht. Mijn eigen kaartjes, bijvoorbeeld van de beide finalewedstrijden om de UEFA Cup in 1974 tegen Tottenham Hotspur, hangen ingelijst in Valkenswaard. Samen met onder andere mijn kaartje van die wedstrijd waarin de wereldbeker werd gewonnen, tegen het Argentijnse Estudiantes (1970). Ik zie nog de woeste, agressieve blikken voor me, van een paar van die Argentijnen die al in de bus naar het hotel zaten. We hadden even oogcontact.
Leuk feitje, dat mij ook te binnen schiet als ik aan die wedstrijd terugdenk, is dat het toen de eerste en de enige keer was dat ik met een man heb gezoend. Dat was de voor mij volledig onbekende Feyenoord-supporter naast mij op de tweede ring. We vierden feest, en waren dronken van geluk na die goal van Joop van Daele. Those were the days, my friend. We thought they’d never end.
Als ik nu naar Feyenoord kijk, kom ik sinds ongeveer al een jaar tot de conclusie dat die liefde over is (gegaan). Dat is één enkele keer eerder gebeurd, mede vanwege Milia die mij gedurende ons hele huwelijk heeft gevraagd – gelukkig niet dagelijks – waarom ik niet een andere club heb uitgekozen om van te houden. Een club die de belangrijke wedstrijden wél wint. “Zodat niet iedere keer ons weekeinde aan flarden is.” Ze had natuurlijk gelijk, ook daarin. Maar ja, toen kwam Leo Beenhakker voorbij. Kampioen, en ja, ik stond op de Coolsingel. Alweer. Opnieuw. Liefde is een veelkoppig monster, zal ooit de dichter hebben opgeschreven. De successen met Arne Slot heeft zij jammer genoeg niet meer mogen meemaken. Want wat kan voetbal toch een feest zijn.
Liefde gaat niet alleen maar voorbij door teleurstellingen die zich vaak maar blijven opstapelen. Het heeft ook te maken met wederzijds begrip, loyaliteit, sympathie, elkaar het beste gunnen. Klaar staan voor elkaar. ‘Liefde is een werkwoord’, heeft Alfons Vansteenwegen dan ook al in 2009 opgeschreven. Het werd een bestseller, maar het staat niet op de plank in het Maasgebouw.
Begrip. Daar ontbreekt het bij mij inmiddels volledig aan, richting de Kuip. Lees dit stukje er nog maar eens op na: ROBIN VAN PERSIE IS GEK. Het is van een dikke twee maanden geleden, en alles wat ik daarin al kon voorzien en ook heb opgeschreven, is eenvoudigweg uitgekomen. Omdat het inderdaad zo voorspelbaar is. Maar geldt dat dan alleen maar voor mij?
Nee, ik voel ook geen enkele loyaliteit met het immer voortduren van alleen maar foute beslissingen. Keer, op keer, op keer. Van het management tot en met de trainer, in dit geval dus Robin van Persie. Sympathie? Nee, ze zorgen er eerder voor dat ik om Feyenoord moet lachen. Echt lachen. Milia, nog maar een keertje. Ze kon woedend op me worden, “want jij kunt iemand zomaar in zijn gezicht staan uit te lachen!” Dat doe ik nu dus met Feyenoord.
En hoe kan ik klaar staan, lees support geven, aan een elftal dat tegen PSV in Eindhoven volgens hun eigen aanvoerder, Timon Wellenreuther, nog in bed lag. “Het leek wel alsof we nog sliepen. Ze speelden ons helemaal stuk, op alle vlakken. Het was echt een ramp. We wonnen geen duels, geen tweede bal, we stonden niet goed te dekken.” Support? En wat te denken van Mats Deijl, een nieuwkomer, die droogjes opmerkt: “We hadden hier op voorbereid moeten zijn en dat waren we niet. Het leek apathisch en we kwamen niet goed in de duels.”
whatever HE fakes
Ondertussen worden de vele grote reclameborden rond de Kuip en in de verschillende online-uitingen van de club wat aangepast. ‘WHATEVER IT TAKES’ is niet meer van toepassing, “whatever HE fakes” dekt zoveel beter de lading. Want Van Persie is heilig verklaard, de verlosser van Zuid. Vandaar ook het gegoochel met hoofd- en kleine letters. Je maakt alles en iedereen kapot en je verliest dus ook alles. Maar we houden vertrouwen, omdat Hij het zegt.
De beoogde architect van het eveneens beoogde nieuwe stadion daar, snapt het misschien nog wel het beste. Hij wil het speelveld, de mat, serieus laten zakken om daarmee extra ruimte te creëren. Ik vind het een briljante suggestie, subtiel in zeggingskracht en cynisme. Een architectonische knipoog naar de stand op de ranglijsten. In Nederland en in Europa. Want het wordt structureel toch niet beter. Giet het dan ook maar in staal en beton.
En toen? Ik heb hier in het wat langere, maar ook meer nabije verleden de relevante namen gegeven, en zal dat niet opnieuw doen. Omdat het me niet meer uitmaakt. Laat Van Persie gerust zitten. Who cares?
Die vaststelling van mijn gevoelens voor Feyenoord is nog het meest veelzeggend, vind ik. Geen. De liefde, de betrokkenheid bij elkaar is er dus inderdaad niet meer. Het zijn jammer genoeg aparte werelden geworden, after all those years, maar het is goed zo.

