Tijd voor en zin in een zondagmiddagstukje. Zomaar over een hapje eten. Uit, en dat zou goed moeten zijn voor een leuke gebeurtenis. Zo’n klein event waar je de beste herinneringen aan bewaart, waar je een paar foto’s neemt en waar je het bij gelegenheid over een paar jaar met elkaar nog wel eens graag over wilt hebben. Maar niets van dat alles. Want het was één grote ballentent.
Heel erg jammer. De gelegenheid was ernaar. Een mooie verjaardag, op de dag zelf, van één van mijn kleinkinderen. Onderweg op haar levenspad naar jongvolwassenheid. Met alle verhalen, gebeurtenissen en ervaringen die daar bij horen. Wat dat betreft was het misschien toch wel een leerzame avond. Want ze wil verder in de gastvrijheidsindustrie, straks naar de hotelschool. In die zin doet ze ook passend vakantiewerk, en ze zat bepaaldelijk verbijsterd op haar stoel aan tafel. Het woord ‘kutrestaurant’ kwam niet over haar lippen, maar het lag er wel stevig op. Want dat had zij tot op heden in die baantjes toch wel anders geleerd. Gelukkig maar. Bovendien beschikt ze – zo zeg ik dan maar als ervaringsdeskundige, objectieve grootpapa – over de nodige common sense. Onmisbaar om zeker ook binnen de horeca succesvol te zijn.
Je zou gast moeten zijn, maar je neemt plaats in de wachtkamer. Aan je eigen, niet opgedekte tafel. Het woordje “sorry” door onze alleen maar Engels sprekende serveersters, zou die avond nog talloze malen aan tafel worden uitgesproken. Na de kennelijk reguliere wachtperiode en het onrustige gedoe om ons heen, waar het toch echt niet vol zat, mochten wij een drankje bestellen. Altijd leuk en gezellig om aan het (alcoholvrije) aperitief te gaan, met mooie cocktails op de kaart. Kleurig, smaakvol neergezet. Op die kaart, bedoel ik. Want de drankjes zelf kwamen niet.
En ja hoor, na zo’n drie kwartier kwamen de voorgerechten. Toen hadden wij nog niets gehad, geen drankje, geen amuse, niets te knabbelen. Tegelijkertijd kwam er iemand anders met een dienblad drankjes, die wij dus een uur daarvoor hadden besteld. Die sprak (en verstond!) trouwens wel Nederlands, met een paar kinderen aan tafel. Maar ik hoefde mijn Mojito niet meer. Niet bij mijn garnalenloempiaatje, dat overigens best aardig smaakte. Had eigenlijk al helemaal geen zin meer in mijn eten. Het klopte niet. De sfeer was getekend. Sorry in plaats van alles naar wens.
Het hoofdgerecht kwam na een normale tussentijd op tafel, en zag er prachtig uit. Onder andere twee sushiboten, met voor mij een overdadig bord vol met Pekingeend. Beetje groente eronder, en een bak smakeloze noodles er naast. De eend was redelijk, maar een beetje vlak. Misschien wat sambal, peper? Maar er stond niets op de tafel, waar even daarvoor het bestek aan de verkeerde kant door de sorry-serveerster was neergegooid. Dan wil je vragen om wat smaakmakers, maar dat duurt natuurlijk ook weer een minuutje of tien dat er weer iemand in de buurt is, of überhaupt doorheeft dat een gast een beetje aandacht nodig heeft. Nee, er was geen sambal in huis. Wel werden er twee pepermolens geleverd.
Een nagerechtje dan. Dat wilden we wel, het was tenslotte feest. Maar dit hele spektakel had inmiddels zo vreselijk lang geduurd, dat ik terug moest naar de parkeermeter. Mijn dochter zei nog dat ik beter het risico kon nemen, ‘want straks is je bolletje ijs weggesmolten’. Ik durfde die gok wel aan. En ja hoor, toen ik terug kwam aan mijn tafel was er nog niets veranderd. Terwijl de te overbruggen afstand, heen en weer tussen locatie, mijn auto en de parkeermeter toch wel bijna een kilometer was. In de stromende regen.
Na nóg een kwartiertje wachten, kwamen dan eindelijk de toetjes. De koffie hebben we thuis ‘maar’ genuttigd. Bij vertrek had de dienstdoende manager, een zij, niets anders in huis dan een hoofdknikje en een onwetende glimlach. Tot besluit dan nog even het sanitair, dat hoort er toch ook bij. Groezelig.
Mood, op het Eindhovense Strijp-S. Kortom, het is daar inderdaad een vreselijke ballentent. By Eveline Wu.
Dan ga ik nu mijn eigen maaltijd maar eens verzorgen. Bijna altijd goed. Om daar op m’n gemak van te genieten met Khadija Arib en Theo Maassen aan tafel.

