Jammer. Gaandeweg is Zomergasten dit nieuwe jaar niet veel beter geworden. Je kunt aan de ene kant gaan zitten kwekken wat je wilt en bijna overal doorheen praten, zonder enig gebruik te maken van de stiltes die toch zo mooi en betekenisvol kunnen zijn (Abbring). Maar omgekeerd juist zélf de stiltes veroorzaken, omdat je de weg kwijt bent, het gewoon niet meer weet of vanwege de spanning blokkeert, dat is natuurlijk ook niet alles (Maassen).
Bij de eerste gast, Thomas Hertog, vond ik het zeker charmant. Kunstenaar ontmoet wetenschapper. Maassen begreep er niets van, maar kwam daar eerlijk voor uit. En zo gek is dat niet, als je er moeite mee hebt om zwarte gaten te ontrafelen. Toch? In de uitzending met Khadija Arib probeerde Maassen nog wel met het stellen van enkele gerichte vragen de gast op scherp te zetten, maar daarna moet ik mij erop betrappen dat ik de avonden niet meer heb uitgezeten. Met goede moed steeds weer gestart, maar ik ben afgehaakt. Waarom ga je er niet verder op in, Theo? Waarom die stilte, dat zwijgen? Nee, dat is hier niet gepast of mooi, maar juist pijnlijk en gênant. Ook voor de gast, die de televisieavond van zijn of haar leven moet beleven.
Luc Zeebroek als Kamagurka had vorige week vele leerzame, leuke en intrigerende verhalen in petto. Met een beetje richting vanuit de presentator – want een interviewer kunnen we Maassen in de verste verte natuurlijk niet noemen – had dat tot nog heel veel meer kunnen leiden. Maar ondanks de kwaliteit van beide persoonlijkheden aan tafel, verzandde dat. Het matchte niet, zou je kunnen zeggen. Maassen is niet zo fluïde, aan dat kleine studiotafeltje en één-op-één. Gemiste kans, alweer, na zes jaren Abbring. Ik vond het zo stil, zo weinig enerverend en inspirerend, los van de mooie anekdotes die Zeebroek ten beste bracht, dat ik ongeveer halverwege iets anders ben gaan doen.
Gisteravond zat ik er opnieuw hoopvol klaar voor. Alida Dors. Omdat de gasten volledig politiek correct iets van een “afspiegeling van de maatschappij” moeten vormen, sloten we af met een zwarte theatermaker en choreograaf. (Volledig als een terzijde: waarom begin je het seizoen dan niet met haar? Dát typeert pas je goede bedoelingen. BLM.) Dors is inmiddels artistiek directeur van Theater Rotterdam, maar ik moet er niet aan denken wat het zou betekenen als zij mijn baas zou zijn. Zelden in zo’n korte tijd zoveel gecreëerde afstand tussen twee zelfdenkende mensen te zien gekregen. Hier was niet Maassen de vragensteller, maar Dors. Ze sprak, nee, beleerde ons over witte schaatsprinsesjes, maar het was aan geen enkele twijfel onderhevig dat Dors deze avond op haar eigen troon had plaatsgenomen.
Na een klein uurtje of zo, en vervolgens nog een minuut of zes, zeven – want begrijp ik het nou goed, is het misschien een aanloop, zie ik het verkeerd? – ben ik weer voortijdig afgehaakt. Ik heb hier geen zin in. Me te laten voelen hoe schuldig ik als oude, witte man ben. Excuses, geen begrip voor wat de zwarte medemens allemaal is aangedaan. En nog altijd. Het houdt maar niet op. Barack Obama was acht jaar de eerste zwarte president van de Verenigde Staten – Yes, We Can! – , maar als je zwart bent, ben je eigenlijk toch kansloos vanwege de geprivilegieerde, witte samenleving. Huh? Nog altijd, onder generatiegenoten?
Wij (zwart) zijn goed en jullie (wit) zijn slecht. En dat zullen wij je laten weten ook. Luidkeels dan wel omfloerst, en alles er tussen in. Woke, te pas en te onpas, altijd en overal. Dan krijgt iedere zogenaamde kunstuiting ook ineens een veel diepere laag, het gaat over verzet en behoud van cultuur. Toe maar.
Ik hoop dat Dors ook tenminste even naar Kamagurka heeft gekeken en geluisterd. Onder het motto “zo kan het ook”, als we het dan toch over creatieve expressie hebben.
Waarom moet het met zwarte mensen op bezoek toch altijd maar over het slavernijverleden, schuld en boete gaan? De vaak impliciete verwijten. Wie is hier nou racistisch? Bot en niet empathisch?
Afsluitend de punten voor Maassen. Mager vijfje. Goed begin, even doorgezet maar naar het einde toe steeds zwakker. Weinig kleur, beperkte diepgang. Steeds wel goed ingelezen, maar geen oog en oor voor de warme ontwikkeling aan tafel. Wat dan als vanzelfsprekend wordt opgelost door ‘we gaan kijken’ naar een filmfragment, een stukje muziek of een paar minuten uit een documentaire. Die zijn dan geen aanvulling, maar een invulling. Dat is zo jammer voor het ‘format’. Dat is bedoeld om de gasten te laten schitteren. Daar heb je een journalist voor nodig. Nog eenmaal: Coen Verbraak. Alsjeblieft.

