Dat een voetbalploeg niet ieder jaar top kan presteren, is algemeen bewezen. Er zijn ook in het voetbal pieken en dalen. Dat is een natuurwet, net als overal. Vraag het aan Real Madrid, Liverpool en Man United. Kijk naar Hamburger SV, AC Milan of dichter bij huis naar Feyenoord. Maar de val die AFC Ajax dit nog zo prille seizoen doormaakt, is niets meer of minder dan surrealistisch. Op alle terreinen. In iedere vergaderkamer.
Het zit niet slechts in de start van het seizoen, natuurlijk niet. Feyenoord laat ook gewoon vier punten liggen.
Ook de hele aanloop naar een nieuwe voetbaljaargang, tot en met de laatste minuten voor het sluiten van de nationale transfermarkt, dragen bij aan een onvervalste Griekse tragedie met onvoorziene gevolgen. Oftewel, hoe vernietigend kunnen de dickpics van een doodzieke Marc Overmars uitwerken?
Ajax. Niet alleen hoofdstedelijke trots, maar ook nationaal een club van standing. Traditioneel, rijk, succes, kwaliteit en rolmodel. Een absolute naam, zeg maar gerust een begrip in Europa. Godenzonen die nergens voor wijken. “Wij zijn Ajax!” Met een internationaal voorbeeldige jeugdopleiding. Reportageploegen van over de hele wereld trokken naar Amsterdam om het geheim van al die Ajaxtalenten te duiden. Het leek een onuitputtelijke bron van creatieve, intelligente jonge voetballers.
En dan gebeurt er iets, waardoor dat hele bastion als een kaartenhuis in elkaar stort. Omvallende dominostenen, een sneeuwbaleffect. Decennialang investeren in mensen, opleiding, uitbouw, voortdurende verbetering en imago, kan binnen enkele weken volledig worden weggevaagd. Komt zelden of nooit voor, we kennen het uit verhalen of een dramatische film. Maar het gebeurt, nota bene in de Johan Cruijff ArenA. Het is niet anders.
Hoofdverantwoordelijke daarvoor is de eerder genoemde Overmars. Daarna is alles omgevallen, tot en met “directeur” Edwin van der Sar in de letterlijke betekenis. Spijtig, nee: dramatisch. Oprecht zielig. Verkeerde mensen. Op verkeerde posities. Dat is dat domino-effect. Er is geen back-up. Niet over nagedacht. Wel: je laven aan roem en succes. Het kan niet kapot. “Wij zijn Ajax!” (2).
Gerry Hamstra, alias Mr Nobody, en Klaas-Jan Huntelaar, “zo’n slimme rekenaar”, zouden het vlot trekken. De eerste werd naar buiten getrapt, en waar Huntelaar is gebleven? Iets bij de jeugd, nou ja. Alles en iedereen is weggedrukt door een Duitser. En dat bij Ajax. Sven Mislintat is de naam. Gooide al in zijn eerste weken John Heitinga voor de bus. Geen enkel Ajax-gevoel, geen kennis van of ervaring in, en naar nu blijkt ook geen talent voor het Nederlandse voetbal en de rol van Ajax daarin. Een absolute vreemdeling. Dat kan dan allemaal maar. Binnen de beursgenoteerde onderneming die Ajax is. Geen toezicht, niets verankerd. Checks and balances? Nooit van gehoord! De grootste proleet is altijd de baas.
Die Mislintat doet maar wat waar het om Ajax gaat, maar zijn persoonlijke belang heeft hij glashelder voor ogen. Niet dom, wel onbetrouwbaar. Heeft nou werkelijk niemand de keuzes voor Maurice Steijn en nu weer Jan van Halst door? Van Halst, meer patiënt dan bestuurder. Hier zal wat verwarring zijn ontstaan rond het begrip “instituut”. Met Steijn daarentegen is niets mis. Hij heeft nog onvoldoende autoriteit opgebouwd om zijn eigen visie door te drukken en alle verkeerde keuzes van zijn baas af te schieten, dacht Mislintat. Maar afgelopen weekeinde naar hem kijkend en luisterend, is Maurice sterk in de groei. Mooi ook hoe onder zulke emotionele druk zijn Haagse tongval naar boven komt. Kortom, Steijn is net een mens.
Dat zal dan ook wel voor Mislintat opgaan. Nog sterker, eigen ik is König. Misschien heeft Pierre van Hooijdonk zich wel vergist in een paar Ajax-namen, met zijn “duistere dealtjes” uitspraak. Om binnen enkele weken – voor meer dan 100 miljoen – meer dan een elftal aan nieuwe Ajaxspelers te kopen, dát is pas dubieus. Met zo’n jeugdopleiding. Je laat ondertussen achteloos Davy Klaassen, een rasechte Ajacied, naar Inter Milan vertrekken. Omdat hij niet goed genoeg is voor de basis van Ajax. Nee, dat zijn al die onuitsprekelijke namen, veelal afkomstig uit B-competities, zeker wel? Het is zelfs zo erg, dat ene Josip Sutalo bij zijn debuut maar meteen tot aanvoerder werd gebombardeerd. Hij, die nog nooit op Hollands gras had gestaan. “Wij zijn Ajax!” (3).
Je zou zeggen: het moet niet gekker worden. Maar ik ben bang dat we het daar toch nóg gekker gaan meemaken. In Eindhoven en Rotterdam smullen ze, net als destijds de oude Grieken, van deze tragedie in een voorlopig nog onbeperkt aantal episodes.

