Die lach van Maurice Steijn. Steven Berghuis maakt 2-0 tegen Olympique Marseille. Hoe werkelijk alles valt af te lezen van een gezicht. Een iconisch beeld, dat ik zou willen inlijsten. Opluchting, puur geluk, een Yes!-gevoel, en iets van ‘zie je wel, ik ben toch niet helemaal achterlijk’. Split second, tanden helemaal bloot en die twinkeling in zijn ogen. Dit weekeinde wordt Babs Gons geïnaugureerd als Dichter des Vaderlands. Laat dit haar eerste onderwerp zijn. Poëzie aan de rand van een verscheurd voetbalveld.
Ik wil het er nu niet over hebben dat het einde wedstrijd toch nog 3-3 wordt. Net zo min als dat ik iets wil schrijven over het volstrekte gebrek aan werkelijk iedere expertise in de Tweede Kamer (over de meerderheid gesproken). Dat werd wel weer genadeloos blootgelegd tijdens de Algemene Beschouwingen. Roep maar wat joh, who cares? Financiële en sociaal/economische specialisten van binnen en buiten de overheid, schudden – inmiddels moe geworden van zoveel stupiditeit – hun hoofd. Ze waarschuwen, en voorspellen wat de grote gevolgen zullen zijn van zoveel wanbeleid en nog zo veel meer waanideeën.
Ik wil wél mijn reisverhaal met Rocinante IV van dit voorjaar afmaken. De herfst is immers al begonnen. Dit weekeinde staat de zon precies boven de evenaar, waardoor dag en nacht overal op aarde even lang duren. Dan weet je dat ook weer. Een zekere gelijkheid voor iedereen, gedurende een dag of twee. Dat geeft ruimte aan een verhaal over warmte en erkenning. De kracht van zelfs maar een beetje aandacht. Zoals voor die vrouw van middelbare leeftijd, slovend in een restaurant waar het mooie al jaren van af is. Dat gold ook voor haar, trouwens, maar ik vond haar aardig en vriendelijk, tussen haar macho collega’s die de gast slechts als prooi beschouwden.
Het was in Mondello. De badplaats waar de Palermitani – arm en rijk – , verkoeling, ontspanning en enige afwisseling zoeken binnen hun hectische, dagelijkse bestaan. Maar ook Mondello is vergane glorie. Ik heb er een paar uur rondgewandeld, met overal enorme hekken, blaffende honden en knipperende camera’s als je de woonwijken binnenloopt. Zo valt er daar niets te zien, alleen maar te horen. Maar goed, deze vrouw deed erg haar best en had oog voor de gast. Voor mij dus. De kaart stelde weinig voor, dus ik bleek veroordeeld tot een standaard pizza. Veel meer keus, ook qua restaurants, had ik niet. Mondello in mei.
Ze droeg een T-shirt met daarop de kreet ‘Pretty Woman’ en een passende tekening. Ik zei haar toen ze een placematje en wat bestek kwam brengen, dat zij inderdaad een pretty woman is. Nou, dat kwam wel aan. Ze was in positieve zin verbluft, en werd een halve meter groter. Mooi om te zien, maar voor mij ook wel verrassend. Hoe lang zou het geleden zijn dat haar was verteld dat ze leuk en aardig is? Dat ze er mag zijn? Ook al is ze wat te dik en is haar stralende jeugd iets uit een jammerlijk ver verleden. Ik heb het er, los van een gulle tip, bij gelaten.
Na Mondello kwamen onder andere Marsala en Il Grande Cretto. Dat zijn dan meteen de twee locaties die ik nog even wil vermelden in dit slotdeeltje. Nee, de ‘Valley of the Temples’ mag ik niet onvermeld laten. En, jeetje, Modica mogen we natuurlijk ook niet vergeten. Om zoveel redenen.
Nou, kort dan maar.
Marsala. Waar blijkt dat een bepaalde hoeveelheid zeelucht en de samenstelling van het zand op de keldervloer bepalend kunnen zijn voor de smaak van een (dessert-)wijn. Lessen in kwaliteit. Het draait allemaal om de details. Trouwens, ook wel bijzonder, de relatie met en de invloed van de lokale, exuberante familie Florio op de autosport (Porsche Targa).
Il Grande Cretto (de Cretto di Burri). Hoe het dorp Gibellino – dat in 1968 compleet door een aardverschuiving is verdwenen – niet opnieuw tot leven is gebracht, maar wel voor de eeuwigheid is bewaard door Alberto Burri. Hij heeft het stratenplan in beton gegoten. Eén van de grootste, letterlijk en figuurlijk, kunstwerken in de wereld. Maar ik was samen met mijn hond de enige bezoeker. Vrije toegang, dat zou Nederlanders toch moeten aanspreken? Even verderop hebben ze een nieuw Gibellino opgezet, zogenaamd volgens de destijds meest moderne architectonische inzichten. Maar ik waande mij in een enge film. De menselijke maat is daar compleet afwezig. Dit moet een filmset zijn, zo dacht ik met een rustig vaartje van 20-30 km per uur rijdend door alle hoeken van dat relatief nieuwe, semi-verlaten dorp. Maar het was echt, en daarom dus ook helemaal niet. Gruwelijk. Wegwezen. Dit gun je niemand. Ik zou een gevangenis prefereren. Of anders de dood.
Het voert te ver en deze blog wordt veel te lang. Dus daarom binnenkort en ook voor mij onverwacht: Palermo IV. In de wetenschap dat het verder gaat dan “slechts Palermo”. Veel verder. Maar we blijven fysiek op Sicilië.
Vergeet niet de plaatjes bij de stukjes te bekijken. Daar kan ik niet tegenop schrijven.
Onderstaande videoclip draag ik op aan die senior serveerster in het verlopen, goedkope Mondello. Want zij verdient zoveel beter.

