“DE BOER ZIT NIET OP INTERNET”

Soms kan ik de aandrang niet beheersen. Dan moet ik als het ware even kijken hoe het er voor staat, of het beter is geworden. Maar ook om te ervaren of het bedrijf überhaupt nog wel bestaat, en wat er van die mensen is geworden. Internet is dan een dankbare bron, ook hier. Iedereen zet er immers alles op en met een paar zoektermen, of in dit geval ook even geografisch surfen, weet je met enkele minuten waar ze staan. Letterlijk en figuurlijk.

In dit geval staan ze nergens meer. Onvindbaar, dus opgegaan, opgeheven, opgeslokt. Het was toch een leuk familiebedrijf in de agribusiness. Nou ja, familie. Dat stond in de naam, maar in de dagelijkse praktijk maakte de pater familias de dienst uit. De ondernemer die wist hoe het moest. Alles kwam bij hém uit, en van daar volgden de opdrachten, het beleid. Van een managementteam was geen sprake. Maar het floreerde, met zelfs een tweede, hagelnieuwe vestiging elders in het land. Kunnen we dat ‘andere tijden’ noemen? Ik heb het over, even goed nadenken en terugfilmen, de jaren rond de eeuwwisseling. Toen Mercedes-Benz in de C-klasse de koplampen uitvoerde in de vorm van zoiets als een dubbele ‘druppel’. Want de financiële man vertelde mij in een onbewaakt ogenblik, dat de baas gek was op die auto. Hij had er alles voor over. Omdat hij die voorlichten zo mooi vond. Ik hoor hem over niets anders meer, voegde hij er met brede grijns nog aan toe.

Dat zijn van die heerlijke dingetjes die me dan bijblijven. Met een zekere regelmaat, maar steeds vaker, beleef ik niet alleen persoonlijke, maar ook zakelijke ontmoetingen en ervaringen minutieus opnieuw. Bijvoorbeeld in bed, voor het slapen gaan. Boek in m’n handen, maar met mijn gedachten volledig in Zambia, het Zwarte Woud of op dat terras in Bellagio. Ik zie bepaalde mensen op bepaalde plekken, hun schoenen, de setting. Dat tafeltje tegen die muur. Exact in tijd, plaats en omgeving.

Soms vind ik het eng, waarom staan zoveel van die details mij nog zo precies bij?

Ik zie het maar als een kunst die zich in de loop der jaren heeft ontwikkeld, het observeren van de omgeving. Aan die beelden, de geluiden, de conversaties en soms de smaken van toen laaf ik mij in deze jaren. Gelukkig kan ik stellen dat al die ervaringen, hoe klein en onschuldig soms ook, zich nog altijd opstapelen. Het kunstje heb ik niet afgeleerd. Oftewel, ik ben allerminst klaar. Ik hoop dat als ik straks in mijn zeventiger, tachtiger en misschien zelfs wel in mijn negentiger jaren ben, ze in de goede volgorde ook nog altijd de revue passeren 🙂 .

Zoals die Mercedes met druppellampen, die mijn huis annex kantoor niet kon vinden. Wel mooie lampen, maar nog geen navigatie. De pater familias waarmee dit verhaal begon, ging dus maar weer onverrichterzake terug. Ik zie hem in zijn mooie, nieuwe (stoeptegelgrijze) Mercedes na zijn telefoontje dat hij geen tijd (en waarschijnlijk vooral geen zin) meer had na zich een half uur horendol te hebben gezocht, bij het snel uitlaten van de hond aan de rand van de wijk nog uit mijn ooghoeken verdwijnen. Hij had het dus wel geprobeerd. Typisch.

Hij en ik zouden het gaan hebben over zoiets als personeelsmanagement. Wat mensen, lees: medewerkers belangrijk vinden. Zo kon hij maar niet begrijpen dat ik bij een evaluatie met een dankzij No Nonsense Consultancy aangetrokken kandidaat, een wandelingetje had gemaakt. Een wandelingetje dat trouwens al snel een wandeling werd, want er kwam van alles en nog wat aan de orde. De belangrijke, nieuwe werknemer was aangetrokken om de brede logistiek in goede banen te leiden. Hij mocht een bedrijfsbureau gaan opzetten. In die zin werd hij toegevoegd aan die financiële man. Hij moest slimme analyses maken en ook een bijdrage leveren aan commercie en marketing. Voorwerk verrichten, zodat de dochter en de zoon van de ondernemer hun stappen konden zetten. Beide kinderen waren in de zaak opgenomen, maar, zo zei de financiële man, “die dochter heb ik nog nooit gezien”.

GROOTSE PLANNEN

Mijn kandidaat had grootse plannen. Hij wilde de vele mogelijkheden van het internet gaan onderzoeken op bruikbaarheid voor de organisatie. Vernieuwen, moderniseren. De nieuwste ICT-systemen inzetten. Maar hij kreeg daar geen enkele ruimte voor. Had dit wel zin, zo vroeg hij zich hardop af. We liepen over een schilderachtig zandpad, door een nog mooier bos.

“Hij zegt dat de boer niet op internet zit, maar op z’n tractor.” En: “Ik moet gewoon aan het werk gaan!”

De knaap had gelijk. Als je nog niet tenminste dit soort dingen kunt bespreken, al dan niet tijdens een wandeling, dan zit het in de basis helemaal niet goed. Net als die andere zaken. Vanavond blijkt dat niet die boeren van hem, zijn belangrijkste klanten, maar slechts zijn bedrijf niet op internet zit.

Andere tijden. (Photo by Andrea Piacquadio on Pexels)

Wat vind je eigenlijk zelf?

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.