Het leek de afgelopen paar weken wel, alsof ik achterstevoren de wedstrijden van Oranje had zitten kijken. Ik vond het namelijk helemaal niks, maar bijna alle media hadden het over “prima spel”, “een goede wedstrijd”, “tomeloze inzet”, “strijden voor de verdiende overwinning” en meer van die onzin. Altijd geleerd om vast te houden aan mijn eigen mening, als het tenminste gaat om zaken waar je verstand van hebt, heb ik in die tijd slechts steun gevonden bij L’Équipe in Frankrijk, de grootste sportkrant van het land. In eigen land leek Willem van Hanegem in zijn column in het AD de enige die het ook zag: Nederland is gewoon helemaal niet zo goed. Dan laten we gezien de stemming in het land een kwalificatie als ‘barslecht’ maar even achterwege.
Geen pressing, geen creativiteit, geen tempo. Ongewoon slap, op enkele momenten na tegen Turkije, wat nog als de beste, eh, minst slechte wedstrijd kan worden gekwalificeerd. En om met tien man toch zo ver te komen als gisteravond de halve finale, mag als niets minder dan wonderbaarlijk worden bestempeld. Bakken geluk liggen daar aan ten grondslag. Welingelichte kringen hebben becijferd dat er nog nooit een voetballand op een eindtoernooi is geweest, dat zoveel geluk heeft gehad. Let wel: geluk dat niet is afgedwongen maar gewoon, barmhartig, in de schoot werd geworpen. Want dat maakt wel een verschil.
Tien man? Ja, want Memphis Depay werd altijd wel opgesteld, maar deed niet mee. Viel alleen op door zijn haarband. Cody Gakpo is zelden in zijn kracht gezet, met een waardeloos middenveld waar de overijverige Jerdy Schouten in ieder geval nog wel een dikke voldoende wist te scoren. De huilbaby Xavi Simons heeft in zes wedstrijden nog geen zes momentjes gehad. OK, mooie goal gisteren. Top. Maar het was natuurlijk veel te weinig om überhaupt zijn selectie te rechtvaardigen. Maar wie was er dan wel goed? Mijn telraam stokt bij twee. Allereerst natuurlijk doelman Bart Verbruggen. Een keeper op wereldniveau, eerlijk is eerlijk. Daar kan Oranje nog wel een jaar of vijftien plezier van hebben. Gelukkig maar, dan is die eeuwige discussie over “wie op doel” nu wel voor eens en voor altijd (nou ja, een jaar of vijftien dus) de kop ingedrukt.
Verder heeft in mijn ogen Stefan de Vrij zich positief weten te onderscheiden. De enige pluim die ik over heb voor de trainer/coach van deze verzameling softies, Ronald Koeman. Dat hij De Vrij de voorkeur heeft gegeven boven bijvoorbeeld Matthijs de Ligt. Ronald Koeman. Alhoewel ik zo snel geen opvolger zou weten, meen ik toch dat dat onvoldoende reden is om als KNVB dan toch maar met hem door te gaan.

Dat begon natuurlijk al met de selectie voor dit eindtoernooi. Je haalt Georginio Wijnaldum op uit een zandbak en je vergeet in eerste instantie Joshua Zirkzee, die tot dat moment wekelijks de sterren van de hemel wist te spelen in de Italiaanse Serie A. Ondertussen debiteer je als keuzeheer dat we niet zo goed in de aanvallers zitten. Nee, als je de Zirkzees van deze wereld gewoon overslaat, dat je ze letterlijk niet ziet, dan krijg je nog gelijk ook. Niet dat het allemaal veel heeft uitgemaakt, want nadat Zirkzee later als extraatje bij de groep is gekomen, werd hij toch nooit opgesteld. Dat is dé grote makke van Koeman: hij durft niet. Heeft nog nooit gehoord van de wijsheid dat behaalde resultaten in het verleden geen garantie bieden voor de toekomst. En dus haalt hij Daley Blind op bij Girona.
En laat hij behalve Memphis ook Virgil van Dijk, die al langer dan een jaar in de extra tijd van zijn eigen carrière zit, gewoon staan. Van Dijk, één van de nagels aan de nationale voetbaldoodskist. Nathan Aké? Micky van de Ven is drie keer beter. Maar heeft nooit in de basis gestaan.
Doorselecteren is Koeman niet toe te vertrouwen, en daarom moet hij maar snel weg. Tijd voor ruimte, frisse lucht en vernieuwing. Hoe noemde Barack Obama dat ook alweer? Yes, we can! De trainer voelt zelf ook al wel nattigheid, want hij roemt de groep en het behaalde (non-)resultaat; opa is zelfs trots. Om er aan toe te voegen dat de bond nu qua resultaat niet meer om hem heen kan. Nou ja.
Tot besluit. Wat ik dus al ruim voor de start van dit toernooi wist – het wordt weer niks – is met feesten, petten, heel veel drank, rare brillen, pakjes en pruiken naar de achtergrond verdreven. Want zeg nou zelf: jullie willen feesten. Als beesten. Nu de party over is, lees ik ineens links en rechts dat Oranje helemaal niet zo goed was/is. Die speler is door het ijs is gezakt en die andere viel ook zwaar tegen. Enzovoort. Achteraf hebben jullie allemaal gelijk. Oranje is technisch en tactisch volledig weggespeeld. Klaar.
Ik verlekker me inmiddels op een heerlijke veegpartij van Spanje, zondag tegen Engeland. Spanje, met een vóór dit toernooi compleet onbekende manager, Luis de la Fuente en met een superfrisse mix van talent en ervaring. Niet alleen op de bank, maar vooral ook in het veld. Hup Spanje!
