“Uren, dagen, maanden, jaren vliegen als een schaduw heen.”
Die heb ik niet van mijzelf, maar is afkomstig van Rhijnvis Feith, anno 1805.
Een paar dagen geleden had ik even een paar geelgekleurde A4tjes nodig. Die liggen op kantoor, ergens in een hoek van een muurkast. Al jaren. Dat is de plek om gekleurd papier op te bergen. Daar ligt, stukje verder, ook al negen jaar een dichtgeslagen muurkalender. Om te bewaren, of beter gezegd: om te koesteren. Maar ik heb er al die jaren nooit bij stilgestaan. Niet meer naar omgekeken. Er zijn mensen die het toeval noemen, maar ik geloof daar al veel langer niet meer in. De synchroniciteit der dingen. Want nu pakte ik onbewust die kalender, sloeg hem open en realiseerde me – met iets van een schokje – dat het deze 16de oktober precies tien jaar geleden is dat Milia en ik ons zilveren jubileum met No Nonsense Consultancy hebben gevierd.
Tien jaar geleden. Het was een feestje, daarom ook die herinneringskalender met voornamelijk foto’s van ons gezamenlijke etentje die avond. Ik heb hem toen in november rondgestuurd naar alle gasten op dat jubileum, een kalender dus van 2015. Ik noemde het een ‘collector’s item’, met een glimlach. Maar gek genoeg is er van die glimlach niet zoveel meer over, tien jaar later. Kilte en onverschilligheid hebben de plaats van warme belangstelling en betrokkenheid ingenomen, kijkend naar die plaatjes. In de eerste plaats is niet alleen Milia, mijn eigen vrouw inmiddels overleden, maar zeker ook nog twee anderen. Dat waren geliefde Relaties. En wellicht nog wel meer gasten. Dat zou verklaren waarom ook ieder contact met zoveel van die mensen is uitgestorven. Na een kwart eeuw plotseling opgebrand, over en uit. Dan helpen een telefoontje en/of een mailtje niet meer.
Het heeft mij in het afgelopen decennium herhaaldelijk verbaasd, maar zoals gezegd heb ik er zeker in de laatste jaren niet meer zo bij stilgestaan. Zo gaan die dingen. Tot ik die A4tjes laatst nodig had.
Ik zie te veel mensen van wie ik weet dat hun relatie averij heeft opgelopen. Te veel mensen die hun onderneming niet meer bezitten. Te veel mensen van wie ik weet dat ze zakelijk, dan wel in de persoonlijke sfeer belangrijke beslissingen hebben genomen, die evenwel in de afgelopen tien jaar niet goed zijn uitgepakt. Ik zie ook lieve mensen die letterlijk doodziek zijn geworden. Boulevards of Broken Dreams, ik heb er begin deze maand nota bene een blog over geschreven.
Mijn Grote Vraag blijft, zeker op 16 oktober 2024, waarom mensen – een kleine minderheid gelukkig en verstandig uitgezonderd – zonder enige aanleiding en zonder iets van bespreking ieder contact zijn gaan mijden. After all. Er zit iemand bij die mij al veel langer dan tien jaar geleden carrière-technisch nota bene het grootst denkbare compliment ooit heeft gegeven. Dat kwam erop neer dat, zo zei hij, rondkijkend in zijn organisatie, er via No Nonsense Consultancy toch zeker zes mensen waren aangetrokken die het allemaal hartstikke goed doen. “En dat zijn mensen die ik zelf op basis van hun cv zelfs niet eens had uitgenodigd. Maar jij kijkt en luistert naar andere dingen en zie, het functioneert voortreffelijk!”

Waarom dan ineens de stekker eruit? Ik vind een mogelijke verklaring in mijn blogs. Moet je politiek en zaken gescheiden houden? Is de Relatie kennelijk zo kwetsbaar? Dan schrijf ik relatie niet meer met een hoofdletter. Mark Rutte vond hij fantastisch, maar ik noem hem hier met een zekere regelmaat een pathologische leugenaar. Zonde. Want wie heeft er nou kennelijk verstand van mensen? 😉 Ben je dan ineens zelf dood, besmettelijk, grof vuil? Iets of iemand waarop dat cliché ‘daar wil ik nooit meer wat mee te maken hebben!’ van toepassing is? Werkt het zo, zo vraag ik mij na inmiddels dus 35 jaar NNC af. Ja. Op 16 februari van het jaar 2012 heb ik daarover dit stukje geschreven: hoe ga om met je netwerkje? Is dat waardevol, of slechts een commodity, zoals hier te lezen valt. Die is van 4 juni 2015. Oftewel, ik houd hem erin: ‘Als je maar lang genoeg gewoon blijft, word je vanzelf bijzonder’.
Tjonge, die foto’s. Wat was het geanimeerd, zoveel belangstelling voor elkaar aan die tafels. Van fazantenfilet vooraf tot ‘krokante kokosschotsen’ toe. Mooie wijnen erbij. Ja, ik heb het even nagekeken. Maar toen?
De tekstuele rode draad van die kalender, door de maanden verspreid, had ik geleend van Paul van Vliet, en haal ik hier integraal aan:
“Ik drink op de mensen die bergen verzetten,
die door blijven gaan met hun kop in de wind.
Ik drink op de mensen die risico’s nemen,
die vol blijven houden met het geloof van een kind.
Ik drink op de mensen die dingen beginnen,
waar niemand van weet wat de afloop zal zijn.
Ik drink op de mensen die vallen en opstaan,
die niet willen weten van water in de wijn.
Ik drink op de mensen die blijven vertrouwen,
die van te voren niet vragen voor hoeveel en waarom.
Ik drink op de mensen die door blijven douwen,
van doe het maar wel en kijk maar niet om.
Ik drink op het beste van vandaag en morgen,
ik drink op het mooiste waar ik van hou.
Ik drink op het maximum wat er nog in zit,
in vandaag en in morgen; op mij en op jou.”
