Mijn avondmenu had ik er op afgestemd. Iets dat ik gemakkelijk bij de tv zou kunnen opeten. Broodjes met nieuwe haring en gerookte zalm van de markt. Had er een zelfbedachte groentesoep bij gemaakt, van getrokken schenkelbouillon. Jawel. Je moet goed zorgen voor jezelf, zei Milia altijd al. Schat, ik luister steeds beter naar je. Dus de televisie. Grote beker melk bij die broodjes en kijken maar.
Maar er was niks. In ieder geval niet het potje bekervoetbal waar ik mij op had verheugd: AZ-Ajax. ESPN 2, en ja, dat heb ik niet. Inmiddels toch wel in the mood voor een beetje tv kijken, herinnerde ik mij de aankondiging van een intrigerende uitzending van ‘Een buitengewoon gesprek’ met Youp van ’t Hek. Eén van de weinige BN’ers die ook ik ken. Nou ja, van naam dan. Ik had de man al een paar dagen geleden gezien in een herhaald interview met Jeroen Pauw, over zijn toen nog nakende afscheid en zo nog een paar zaken. Dikke onvoldoende. Maar toch ook wel opmerkelijk vanwege de (lichaams-)houding van Van ’t Hek tijdens dat gesprek. Hij zat er toch met pure fans, die hem zeker geen kwaad wilden doen. Vooral de aanwezigheid van Claudia de Breij kon onmogelijk bedreigend zijn. Zij zat van meet af aan in grote aanbidding naar de zeventiger (op) te kijken. Op het gênante af. Zo maak je volgens mij geen serieuze televisie.
Maar goed, ik heb dat tafelinterview even afgekeken, vooral omdat ik geïntrigeerd was door delen uit het verhaal van Van ’t Hek, en of De Breij nou werkelijk de hele avond in haar adoratie zou blijven steken? Ja dus. Dat hij onwel was geworden in Carré, en de doffe geschiedenis van zijn dementerende, inmiddels 31 jaar geleden overleden moeder.
Maar Youp, waarom zo stijf die armen over elkaar geslagen voor je lichaam? Alsof je je moet beschermen tegen regelrechte mokerslagen. Zó defensief, met zoveel onzekerheid. Af en toe ook bekken trekkend, maar niet als conferencier.
Hij deed me sterk denken aan de ouder wordende Mart Smeets, in min of meer vergelijkbare interviewtjes. Net als Youp toch een buitengewoon ervaren mediaman, maar eenmaal zelf in de positie dat je onderwerp bent, plaatsen ze zichzelf onverbiddelijk en herhaald in de rol van lijdend voorwerp. Ze haten het.
Hoe anders was dat deze avond! Hier zagen we iets van de échte Van ’t Hek. Nog altijd met zijn armen strak over elkaar, maar met waarachtige aandacht voor zijn interviewers en hun vragen. Fascinerend. Echte vragen en echte antwoorden. Daar heb je dus helemaal geen Pauw en De Breij voor nodig, integendeel. Maar dat je daar 32 autisten scherp voor selecteert, vind ik nogal dubieus. Zeker de halve mensheid heeft te kampen met op z’n minst iets van een stoornis in het autismespectrum. Maar hier werden ze, in soorten en maten en nota bene door de EO, opgevoerd als elkaar afwisselende wilde beesten in de circuspiste. Met Van ’t Hek als dompteur, die zijn rol evenwel koninklijk ten uitvoer bracht.
Het was koren op mijn molen dat je voor goede gesprekken, interessante onderwerpen en spraakmakende televisie helemaal geen BN’ers of andere professionals nodig hebt. In praktisch iedereen schuilt minimaal één mooi verhaal. Inspirerend, ontroerend, verhelderend of bijzonder grappig. Het is de kunst om ze dat te laten vertellen. Dat heeft meer met empathie en wezenlijke belangstelling voor mensen te maken, dan dat je er voor gestudeerd moet hebben. Of een bekend gezicht hebt. Maar de EO, alhoewel afgekeken van een format in Frankrijk, zal hebben bedacht dat dit soort mensen wellicht wat gemakkelijker de muur afbreekt die een bekende sporter, kunstenaar, ondernemer of politicus meer of minder zorgvuldig opmetselt, eenmaal zelf in de stoel waar de vragen terechtkomen. Het lijkt minder bedreigend, er komt een soft shine overheen. Bijna iets lacherigs. De authenticiteit is daarbij gebaat en in ‘het geval Van ’t Hek’ zijn ze daar ruimschoots in geslaagd. Ik kon ineens zoveel meer sympathie opbrengen voor de man, die ik pas op zijn zeventigste wat beter heb kunnen leren kennen.
En, er moet veel gebeuren als de nieuwste versie van “Flappie” straks – verrassenderwijs muzikaal begeleid door Ton Scherpenzeel, één van de vaste muzikanten van Van ’t Hek die zelf dacht dat hij op dat moment ergens in Frankrijk zijn geld aan het opmaken zou zijn – aan het eind van dit jaar niet in mijn NPO top-drie zal staan. Ene Otje. Kijk en luister, want zij is nou precies wat ik bedoel. Talent is universeel.
(Zo was het toch maar goed dat ook dat voetbal achter een muur zat. Een betaalmuur.)

