Het klopt. Vorige week gingen Brian Priske en Feyenoord even voor. Onder het motto dat Priske er straks niet meer is, en het onderwerp dat ik in gedachten had, zeker nog wel. Wie weet waar Priske nu uithangt. Misschien wel in zijn geboorteland Denemarken, en daar komt nu precies de film vandaan waarover ik zo graag even een stukje wilde schrijven. Nu dus maar, want “Rose” is gemakkelijk nog altijd te zien via bijvoorbeeld Film1 of Pathé Thuis. Voor 2,99 zit je daar op je eigen Eretribune. Voor dat bedrag krijg je nog geen pilsje in het stadion. Klopt, het leven draait niet alleen om het maken van keuzes, maar ook om het stellen van prioriteiten.
Waarom dan “Rose” (2022)? Omdat dit kunstwerk van schrijver en regisseur Niels Arden Oplev mij bijna twee uur lang gebiologeerd op mijn stoel heeft gehouden. De absolute herkenning van de tegenwoordige, maatschappelijke verhoudingen. De compassie en het gebrek daaraan. La Condition Humaine. De film wordt links en rechts in het hokje van een comedy geduwd. Maar alhoewel er hier en daar zeker wel wat valt te glimlachen, is dat absoluut niet de belangrijkste bedoeling geweest van Oplev. Hij heeft een lichtvoetig drama gemaakt, en vertelt uit eigen ervaring.
Hoe iemand die anders is, door zijn of haar omgeving maar al te gemakkelijk wordt verketterd. Omdat het begrip ontbreekt. Of noem het gewoon de sociale intelligentie die nooit is ontwikkeld. Ze gaan (dus) maar al te snel en al te vaak af op eigen wereldjes en denkbeelden, met een uiterst bekrompen, noem het gerust burgerlijk referentiekader.
Dan is de ander ook al gauw ‘anders’. Allemaal nog niet eens zo erg, maar laat het dan niet evident zo blijken aan de ander. Hou je rijtje beledigingen, verwensingen en duivelse toespelingen achterwege. In Gods naam.
Oplev is er bijzonder in geslaagd om daar een bij uitstek geschikt personage voor neer te zetten, Andreas. Een gave rol van Søren Malling. Die speelt zó natuurlijk, dat ik de Andreassen iedere dag diverse keren tegenkom. Ze zeuren, ze mopperen, ze zuigen en ze zijn boos. En natuurlijk, zie hierboven, ze zijn dom of gewoonweg niet ontwikkeld. Ergens zijn ze blijven steken.
Dat geldt ook voor Inger, de hoofdpersoon die evenzeer fantastisch wordt gespeeld door Sofie Gråbøl. Ere wie ere toekomt. Ze is schizofreen, maar eigenlijk vind ik dat Andreas hier de schizofreen is. Over blijven steken gesproken. Ze heeft in haar jonge meisjesjaren een tijd in Parijs gewoond en is daar de liefde van haar leven tegengekomen. Die heeft haar verlaten, en daar is ze nooit bovenop gekomen. Nog erger, het heeft haar ziek gemaakt. Schizofreen, is dan het etiket dat op haar voorhoofd wordt geplakt. Weggeborgen in een onmenselijk instituut, waar alle zachte stoffen en kleuren ontbreken. Het is met recht een inrichting, waar haar zus en haar nieuwe vriend, Inger komen ophalen voor een groepsreisje per bus naar Parijs.
Ja, hé, het gaat Inger dan echt niet om de Eiffeltoren en de Seine. Ze wil haar meest gelukkige tijd met Jacques, haar vurige minnaar-van-toen, nog een keer herbeleven. Alleen maar in tijd en ruimte. Het 12-jarige zoontje van Andreas, zijn buikige vader en de moderne samenleving hebben gelukkigerwijs nog geen bepalende invloed gehad op dit knaapje, achterhaalt nota bene het adres van Jacques: 13 Rue Malebranche. Dat is in het Vijfde Arrondissement en ik vermoed dat de keuze van deze locatie niet zomaar door Oplev is gemaakt. Dat is ook het mooie van goede film. Er is zoveel meer dan dat je ziet en hoort. Je mag zelf ook wel wat doen, hoor.
De twee hebben een korte, maar vriendelijke ontmoeting, waarna Inger – voor één dag in haar beste kleren, welbewust meegenomen uit het gesticht in Denemarken – natuurlijk wel weer even van de kaart is. Het is een prachtig mens. Met het hart op de goede plaats, maar zo onherkenbaar voor de anderen die als “normaal” door het leven gaan. In heb daar al langer mijn twijfels en bedenkingen bij; wat is normaal? Ben geneigd om dat abnormaal te vinden, en buig dus voor de Ingers van deze wereld. In haar vertrouwde, Franse omgeving bloeit ze op, komt haar goede smaak weer naar boven en blijkt ze over zoveel meer allure en EQ te beschikken dan die Andreas. Maar ze is ruimhartig en niet haatdragend. Dankzij Inger heeft daarom ook Andreas de middag van zijn leven. Maar zonder wederzijds contact of zoiets als een dankjewel.
Ik moest het even nakijken, maar het Budapest Art Orchestra onder leiding van Peter Pejtsik speelde de prachtige muziek, die mij niet alleen meer dan eens kippenvel maar soms ook natte ogen heeft bezorgd. Een kleine film dus, die in Hollywood niets heeft te zoeken maar wel een prijs heeft gekregen in Leeuwarden. Nou ja.
We gaan er uit met de typerende oneliner van Inger: “Ik heb zin om je te wurgen…”, waarop haar zus antwoordt dat zij ook heel veel betekent voor haar. Dat heet liefde, begrip en compassie, waar Andreas en zoveel anderen haar willen laten opsluiten. Levenslang.

