Het contrast was wel erg groot. Maar dat wist ik toen nog niet, terwijl ik met een privégids en in mijn eigen tempo door ‘The Zookeeper’s House’ liep. Daar, waar alle gebeurtenissen in de bijna gelijknamige film zich afspeelden: ‘The Zookeeper’s Wife’.
Indrukwekkend is een te gewoon woord voor mijn beleving deze vroege herfst, op mijn reis door Polen. Meer ongeloof, iets van woede en langzamerhand vooral gelatenheid bij wat mensen elkaar aandoen. Toen en nu. Altijd. Het is niet anders. De dagelijkse bevestiging. Ik word er stil van.
De impact van dit huisbezoek was in die zin groter dan mijn fabrieksbezoek, later in Krakau. Daar sta je zo’n anderhalf uur buiten in de rij, massa’s mensen uit alle wereldstreken. Ze worden met bussen en taxi’s in soorten en maten aan- en weer afgevoerd. Allemaal willen ze een glimp opvangen van de fabriek van Oskar Schindler aan Lipowa 4. Waar ik uiteindelijk tot de ontdekking kwam dat ik weinig had geleerd van dat bezoek. Nee, ik heb geen gevoel gekregen bij de werkvloer en de mensen daar, toen. Hoe anders was dat die dag in Warschau.
Een dag die slecht begon. Ik neem mezelf kwalijk dat ik mijn reis met het openbaar vervoer, dwars door Warschau en van noord naar zuid onvoldoende had voorbereid. Aan taxi’s heb je niets als je de Uber-app niet op je telefoon hebt. En er zijn zoveel slecht gedocumenteerde tram-, bus- en ook lokale treinlijnen, aangevuld met twee bescheiden metroverbindingen, dat ik door de bomen het bos niet meer kon zien. Warschau is de eerste stad ter wereld waar ik serieus en bepaaldelijk bedreigend ben verdwaald. Met Google Maps kwam ik gek genoeg ook niet verder, integendeel, zodat ik in arren moede en na uren dwalen en dolen maar een KFC in een verre buitenwijk ben ingestapt omdat er een lege taxi op het parkeerterrein stond. Dan zal de chauffeur wel ergens binnen zitten te eten. Die spreek ik dan aan, leg mijn situatie uit en vraag vriendelijk doch beslist om mij naar dit adres te brengen. Ik had de bevestiging van Booking in het Pools in mijn tas.
Maar die taxichauffeur heb ik niet gevonden. Uiteindelijk kwam er een Pool naar mij toe, die wel doorhad dat ik mij even heel erg niet op mijn gemak voelde. Er ontwikkelde zich een gesprekje over werken in Polen of Nederland, de verdiensten en naast de kansen ook de bedreigingen. Ik leek wel aan het werk, maar mijn belangrijkste opdracht was toch echt om ‘thuis’ te komen, waar mijn hond al veel te lang alleen zat opgesloten in het appartement.
Hij had wél de app van Uber (en ik inmiddels ook. Het was het eerste wat ik die late avond eenmaal weer op mijn adres heb geregeld.). Dan ziet de wereld er eensklaps heel anders uit. Ik kon hem wel zoenen, maar dat hoefde niet.
Over wat mensen elkaar aandoen, maar ook hoe je niet zonder mensen kunt om je uit de ellende te helpen. Om je te steunen, voor je te zorgen. Om je letterlijk en figuurlijk de juiste richting te wijzen. Ook dat was weer leerzaam. Ze bestaan, ook die mensen. Natuurlijk.
Terug naar de villa van het beheerdersechtpaar Jan en Antonina Zabinski, in de dierentuin van Warschau. Het is nu een soort secretariaat dat de herinnering aan de Holocaust mede in stand houdt. Met een museumfunctie, waar die dag dus niemand behalve ik belangstelling voor had. Dat had als voordeel dat ik toch zeker een uur na mijn aangevraagde tijd nog altijd en in alle rust mijn tour kreeg. Gewoon even aanbellen.
Zo’n driehonderd Joodse mensen zijn door de Zabinski’s geholpen. Sommigen van hen zijn er uren of dagen geweest. Anderen weken of maanden. Op die inmiddels legendarische piano speelde Antonina klassieke stukken muziek, die haar gasten vertelden dat ze zich moesten verschuilen. Of dat ze juist uit die kille kelder rustig naar de gezellige kamers in het woonhuis konden komen voor een samenzijn. Dan was het iets van Frédéric Chopin, ook een kind van Warschau.
Wie één mensenleven redt, redt de hele wereld. Dat gevoel had ik ook bij onze Pool in die KFC 😉.


