Hoe ik op dat profiel kwam, weet ik eigenlijk niet. Maar het algoritme van LinkedIn zal er zeker een bedoeling mee hebben gehad. Hij zit niet in mijn netwerkje. Over ‘netwerkje’ gesproken. Dat heb je volgens mij om over en weer informatie te kunnen uitwisselen, om elkaar te helpen. Een forum waar je vragen kunt stellen aan mensen die je respecteert. Vanwege hun kennis, of omdat ze een bepaalde functie hebben die er toe doet. Dat was in ieder geval de reden, op basis waarvan ik mij een jaar of vijftien geleden heb aangemeld. Na hevig virtueel aandringen van een Relatie, ex-kandidaat en vervolgens ex-opdrachtgever. Niet lang daarna heb ik zijn meldingen afgezet, want ik werd overspoeld met onzin. Ik had dus toen al beter moeten weten. Maar het paste bij de bedrijfsfases van No Nonsense Consultancy en No Nonsense Mediation om mij niet af te sluiten voor zo’n site.
Maar, ik had het gerust kunnen doen. In die vijftien jaar heeft het één keer iets concreets opgeleverd. Voor de rest: hoe naïef kun je zijn? Ik liet mij verleiden door het profiel van bijvoorbeeld Hillary Clinton, die ik dus zomaar een berichtje kon sturen als ik een betaald abonnementje zou nemen. Diezelfde Hillary loopt nu trouwens leeg op diezelfde site in haar kritiek op Donald Trump. Het heeft iets sneus. Maar, ze krijgt uiteraard wel veel bijval. Van steeds dezelfde mensen. Reciprociteit. Want dat is de basis van alle sociale media.
Dat schrijft ook de meneer uit mijn eerste zinnen. Hij heeft het over vrijkomende endorfine, maar ik denk dat hij de uitwerking van dopamine bedoelt. Bij de likes die je ontvangt, want je wilt altijd gewaardeerd worden. Door vele vrienden. Waar ze vandaan komen en wat ze willen, dat maakt allemaal niet uit. Want je zoekt slechts zelfbevestiging. Hij heeft gelijk, en het stukje was in die zin interessant dat hij tegelijk de vinger op de gevoelige plek legde en zelf deed wat hij anderen verwijt. Hij wilde meer opdrachten, meer handel en zocht meer steun. Van dezelfde mensen die hij belerend toesprak omdat ze überhaupt op LinkedIn aanwezig zijn. En hijzelf dan?
Je kunt op een gegeven moment niet meer zonder. Dat heet verslaving. Boeken over vol geschreven en ook bij een beetje research voor dit stukje, merkte ik weer dat het internet ontploft als je op zoek gaat naar de inmiddels al ruimschoots aangerichte schade, de gevaren en bedreigingen van al dat beeldschermgedoe. Ondertussen gaat bijna iedereen vrolijk daarmee verder, inclusief ‘onze’ meneer.
Trends en kuddedieren. Ik ken ook mensen die hun accountje bij LinkedIn hebben stopgezet, of er bijna niets meer mee doen. Ze zien geen verschil meer met Facebook, zeggen ze dan bijvoorbeeld. En een ander was het woordje “trots” inmiddels zo beu geworden, dat hij na de zoveelste misplaatste trots-opmerking op de knop ‘sluiten’ had gedrukt. Hij was er letterlijk en figuurlijk klaar mee. Hij heeft gelijk, en ik moet er wel een beetje om lachen. Trots is weer zo’n modewoord dat zó vaak en zó veel wordt misbruikt, dat het begint te jeuken. Van autonomie en passie naar trots, met de bijbehorende duimpjes als aanmoediging (waar je dan weer – stuk voor stuk – voor gaat bedanken).
Weinig eigenheid dus, en dat hoort in mijn geval bij het begrip bevestiging. Niet van mijzelf, maar van dat wat ik denk, zie, lees en hoor. De enige reden waarom ik LinkedIn juist wél actief aanhoud. Want ik sta open voor verrassingen. Stel graag mijn mening bij. Maar die aanleiding is nog altijd niet of nauwelijks voorbijgekomen. Toch blijft het leuk. Niet commercieel, wel maatschappelijk en filosofisch. Een enkele keer per week even kijken, lezen en ondergaan is daarvoor genoeg. De bevestiging.
Trouwens, runner-up is het woordje “reis”. Een mooie reis tijdens het inwerktraject, bijvoorbeeld. Of de reis met collega’s, die je mag helpen met hun ‘quality improvement’. Het maakt ze trots. Hou maar op daarmee, Ton.
Zelf houd ik wel van een experimentje in dit verband. Dan ga ik terug naar mijn romantische uitgangspunt van vijftien jaar geleden. Zou er iets zijn veranderd? Dus heb ik iemand die ik zeer waardeer vanwege zijn professie en die eerder met graagte mijn invitatie had aanvaard, een korte maar overigens zeer inhoudelijke vraag gesteld. Op zijn eigen vakgebied. Niets bedreigends, gewoon, een onschuldig adviesvraagje. Dat antwoord is er nooit gekomen, ook niet na een korte en vriendelijke herinnering. Niks, helemaal niks.
Ondertussen publiceert hij tenminste wekelijks lappen tekst op LinkedIn. Een beetje amateuristisch geknipt en geplakt uit een klassieke, journalistieke titel waar hij regulier aan meewerkt. Het staat er nog net niet boven, maar hij bedoelt gewoon te zeggen: kijk eens hoe goed of dat ik ben. Wat ik allemaal weet. En wat ik allemaal vind. En ja hoor, daar komen ze. De likes en de commentaren van dezelfde mensen die het toch zo heel erg met hem eens zijn. Goed gedaan! Letterlijk opgeschreven en figuurlijk altijd al gedacht.
Hoe heette dat nou ook alweer, endorfine of dopamine? Blijf er van weg, net als van wiet en hasj, alcoholmisbruik, coke, pillen en vapen. Maar ik kan niet zonder koffie. Mooi, dan ga ik nu lekker even met de hond wandelen.

