Vorig jaar smaakte mijn uitgebreide kennismaking met Japan naar zoveel meer, dat ik binnen een paar maanden na terugkomst een nieuwe vlucht heb geboekt. Japan zou een land kunnen zijn waar ik kan wonen, leven en werken. Op basis van een veelheid aan korte ontmoetingen, niet alleen met kleine en hele grote steden, natuurgebieden en culturele hoogtepunten, maar natuurlijk zeker ook met mensen was er liefde ontstaan. Warme gevoelens. De vriendelijkheid en gastvrijheid zijn onderscheidend naar westerse begrippen. Je houd je daar aan de regels, die door iedereen zijn geaccepteerd. Maar “Japan” is natuurlijk ook helemaal niet westers. Nee, Aziaten zitten heel anders in de dagelijkse wedstrijd die “op leven en dood” heet.
Kortom: ik wilde terug in die roes van “zo kan het ook”. Voordat het te laat is, en ook dit deel van de wereld helemaal is platgetreden door onbenullige, agressieve en onaangepaste ‘westerlingen’ die er overigens wel allemaal altijd hetzelfde uitzien (maar dat terzijde). Even had ik vorig jaar voet aan land gezet in Hakodate, de legendarische zuidelijkste havenstad van Hokkaido. Op wat misschien wel de mooiste dag van het jaar was. Zoveel gemengde gevoelens toen ik weer terug moest, terug naar het vliegtuig richting Amsterdam, waar ik al helemaal niet vrolijk van werd. Ook al zaten er voor mij gelukkig nog een paar dagen varen en Tokio aan te komen.
Het ultieme gevoel van vrijheid en autonomie – zonder deze twee lijkt het leven mij zinloos – is dat je straks toch gewoon kunt teruggaan, zo bedacht ik mij al in mijn hut, terwijl Mount Hakodate langzaam maar zeker uit het zicht verdween. De opluchting was daar. Ik heb ter plekke de vluchten gecheckt voor mei 2025. Kansrijk. En dus was het enkele weken geleden weer zover. Terug naar Japan, naar een eiland waar slechts 5% van de bevolking woont, maar dat wel zo’n 20% van het Japanse grondgebied beslaat. Cijfers die mij helemaal enthousiast maken.
MISSELIJKMAKEND
Toch is één van de eerste herinneringen aan deze reis een misselijkmakende. Dat heeft alles te maken met mensen in/en deze tijd. Ja, ook Aziaten, want westerlingen ben ik amper tegengekomen. Wat die constatering betreft, heb ik welbewust bij mijn terugreis vanaf de internationale luchthaven van Sapporo, toch de vierde stad van Japan, eens goed rondgekeken. Was ik inderdaad nou de enige ‘witneus’? Zeker wel, zowel in de lounges als bij de gates en in de winkels heb ik alleen maar Aziaten gezien. Niet alleen Japanners, maar ook veel Zuid-Koreanen, Chinezen en Taiwanezen. Niet dat ik hen allemaal zo goed uit elkaar kan houden, maar een blik op de vertrekkende vluchten zegt ook veel.
Jammer, dat beeld van een jonge vader, een jonge moeder en een klein kind van een jaar of drie. Het was in het restaurant van een mooie lodge, aan de rand van het Akan-Mashu National Park. Met vele gasten nog in hun makkelijk zittende huiskimono’s en als altijd op sloffen vanwege hun bezoek aan de onsen. Zoals ieder zichzelf respecterend hotel daar, hebben ze uitstekende spa-faciliteiten. Denk niet aan iets van hedonisme en het vaak tot exhibitionisme uitnodigende wellness-gedoe in West-Europa. Nee, deze ‘onsen’ zijn andere koek. En ook die heb ik in mijn hart gesloten. Geen herrie, minder sauna’s en varianten daarop, geen geplons in tobbes. Maar wel heel rustig, in gedempt licht genieten van natuurlijke, stromende warmwaterbronnen. Mannen en vrouwen gescheiden en geloof me, dat biedt voor de echte liefhebber vele voordelen. Iedereen gedraagt zich, houdt zich aan geschreven en ongeschreven wetten van hoe met elkaar om te gaan. De mate van hygiëne, in verschillende betekenissen, is optimaal. Overal, zo lijkt het wel. Voor alles wordt gezorgd en aan alles is gedacht. Tot en met een tandenborstel en tandpasta. Ook dat is cultuur.
Trouwens, de meeste, jonge westerlingen worden daar toch niet eens toegelaten. Getatoeëerde lijven zijn strikt verboden, ook dat dingetje op je bovenarm is ongewenst en zal definitief leiden tot verwijdering, zonder pardon. Je wordt dan geassocieerd met de Yakuza, de Japanse maffia-variant. En daar willen we niks mee te maken hebben.
EEN FEESTJE
Die onsen bevinden zich ook vaak in de open natuur, zodat je extra kunt genieten vanwege de avondkilte en de vele sterren boven je. Overal om je heen probeer je de dampen van het warme, heilzame water helemaal in je op te nemen. Je strekt je nog een keer, je draait je weer eens om of je probeert een ander bad, met een verschillende temperatuur en/of een andere watersamenstelling. Het is een feestje, maar zonder muziek, zonder gepraat en zonder drank.
En zo sluit ik dit eerste deeltje af. Als een feestje, in plaats van het verregaande onbegrip en de absolute bevestiging van volledige afhankelijkheid aan dat tafeltje voor drie. Dat komt later wel. Dan komt ook dat ‘Last Frontier’ zeker voorbij.
Nog altijd schittert de Democratische Partij in Amerika door afwezigheid. Nog altijd hebben ze daar niemand gevonden met de persoonlijkheid, de uitstraling en de klasse om iets van tegenwicht aan Donald Trump te bieden. Het is niet anders. (13x) Kleine, actuele update: Gavin Newsom, de gouverneur van Californië die nu welbewust zoveel in het nieuws is, mist het niveau. Jammer. Omdat ik het niet kan laten en haar wél kansen toedicht: ik mis Gretchen Whitmer, zijn collega uit Michigan, in deze politieke leeuwenkuil.


