In Canada lopen ze de polonaise. Door de oorlog in het Midden-Oosten komt het land eensklaps in beeld als betrouwbare leverancier van olie en gas, vooral voor de westerse bondgenoten. Het kan daarmee ook dat dolgedraaide buurland een hak zetten. Met een stijgend BNP, mondiaal aanzien en respect, minder inflatiedruk, toenemende productiviteit, een langdurige ‘boost’ voor de economie en werkgelegenheid, lijkt Canada één van de profiteurs van het zoveelste grootschalige, geopolitieke conflict, zo lees ik in de Financial Times. “Want wij zijn wél een stabiele en betrouwbare partner/leverancier.”
Het land schijnt te barsten van de fossiele brandstoffen, die bij gebrek aan de juiste infrastructuur evenwel vooral de VS van draaiende airconditioners en relatief lage brandstofprijzen aan de pomp voorzien. Dat is lekker dichtbij. Maar nu wordt gepleit voor grootschalige investeringen om olie en gas juist naar de bondgenoten van Canada te kunnen vervoeren. Amerika krijgt nu relatief goedkoop geleverd, én het is in feite een vijand van Canada. Dat is gek en vreemd tegelijk. Meer pijpleidingen en overslagstations dus.
Hongerig zat ik verder te lezen, want is Canada dan onze redding? Hmm, die voorgestelde pijpleidingen zijn vooralsnog allemaal geprojecteerd aan de westkust. Om het zwarte goud (die term is vandaag de dag wel weer van toepassing) en vooral ook heel veel LPG van daaruit naar Azië te vervoeren. Ik lees in dat stuk niets over de oostkust, dus zouden die tankers via het Panamakanaal moeten varen, of straks misschien wel via de “Northwest Passage”. Dat laatste lijkt mij milieutechnisch trouwens onverantwoord, los van allerlei andere problemen die deze oversteek verder oproept. En het Panamakanaal is geen vlotte doorgang, en bovendien heel erg duur. En natuurlijk ook weer kwetsbaar voor de grillen van één of andere tiran, zoals Donald Trump. Met andere woorden, de partners van Canada zijn thans eerder Japan, Zuid-Korea en de Filippijnen. Maar, kunnen die Canadese pijpleidingen dan niet “gewoon” ook naar de oostgrens worden aangelegd?
We maken ons in Europa terecht grote zorgen over de continuïteit van energieleveranties. Op vele andere plekken in de wereld zijn er toenemende stroomstoringen, kunnen de pompstations langs de weg niet meer leveren en staat het leven dus gewoon (even) stil. Want je hebt ineens ook geen wifi meer.
Eerder deze maand in Europa trok Ursula von der Leyen het boetekleed aan. Europa was naïef en kortzichtig geweest. Ze noemde het “een strategische fout” om af te willen stappen van kernenergie. Door de actuele crisisomstandigheden, blijkt kernenergie ineens niet meer zo’n gekke optie. Joh! Het is goedkoop en schoon, en ook nu weer heeft Von der Leyen het over exportmogelijkheden, het op de kaart zetten van Europa als betrouwbare energieleverancier en ga zo maar verder. Onder druk wordt alles vloeibaar, zo bedoelt ze te zeggen. Maar we (Europa) lopen inmiddels wel flink achterop in deze ontwikkelingen, zoals wel vaker vertoond. Het gemak heeft in de afgelopen paar decennia gezegevierd. Niet meer nodig, het komt allemaal wel goed. Ondertussen zijn we evenwel pionier in genderneutrale toiletten, en voor iedere kromme banaan hebben we een ambtenaar ter controle. Dat dan weer wel. Schattig toch?
Van Canada gaan we via Europa wat dichterbij naar ons eigen polderlandschap. Dat niet zomaar een landje is, maar een potentiële giga-gasleverancier. Nederland bezit het grootste gasveld van Europa, en staat daarmee wereldwijd zelfs in de top-tien. Van alle grote “gaslanden” zijn wij de enige democratie (want Amerika heeft zichzelf gediskwalificeerd) en niet-schurkenstaat (!). Maar wat doen wij, we sluiten dat veld definitief af. Onder het motto dat ook de Groningers recht hebben op een betrouwbare overheid. Dat is natuurlijk wel mooi en romantisch, maar die zogenaamde ‘betrouwbare overheid’ hebben ook de Groningers zelf al langer geleden opgegeven. Het is inmiddels een kul-argument. Onze overheid blijkt immers keer op keer on-betrouwbaar, op vele dossiers. Fiscaal, sociaal, economisch. Iedereen kent de vele voorbeelden, van de toeslagenaffaire tot (bouw-)vergunningen, belastingen, woningnood en migratiebeleid.
Het is ongewoon eigenwijs, zelfs arrogant en, in de woorden van Von der Leyen, alweer een strategische fout om zo om te springen met zulke kostbare grondstoffen. Nogmaals: een stijgend BNP, mondiaal aanzien en respect, minder inflatiedruk, toenemende productiviteit, een langdurige ‘boost’ voor de economie en werkgelegenheid. Wie wil dat nou niet? In deze tijd? Nou, Nederland dus. Of althans de nieuwe regering, met al die knappe koppen en visionairs. Dankzij die enorme gasinkomsten, kunnen diezelfde Groningers rijkelijk worden gecompenseerd, omdat nood wetten breekt. Het is niet anders. Maar regel dat dan wel wat beter en vooral veel sneller dan in al die andere affaires, ‘betrouwbare’ overheid!
Over de waarde van politieke uitspraken en een onbekommerde houding van het kabinet in tijden van grote nood, haal ik hier tot besluit Mathijs Bouman maar even aan in het FD van 21 maart: “Na drie weken vechten zitten we al in het zwartste scenario”.
Vrij naar Hendrikus Colijn: “Gaat u maar rustig slapen”.

