Gemengde gevoelens. In de afgelopen twee weken van de Olympische Spelen, moest ik regelmatig denken aan mijn hartstochtelijke liefde voor het langebaanschaatsen. Vele jaren lang. Ik heb nog even overwogen om het wedstrijdboekje van de wereldkampioenschappen in Göteborg uit 1971 erbij te pakken. Zoiets van zie je wel, je was erbij en iedere gereden tijd schreef je op. En al die tijden daarna, vele tientallen jaren aan een stuk. Van sommige toernooien heb ik die bij dat boekje bewaard, uit het Nya Ullevi-stadion. Dat zijn dingen die je niet vergeet.
Mijn ouders vonden het een goed idee om, vanwege die waarachtige passie, met z’n drieën een lang weekend Göteborg te boeken. Dat was een grote verrassing. Want zelf hadden ze niet zoveel met schaatsen, ze vonden het vooral leuk om te zien hoe ik die sport beleefde. (“En hij doet het zo goed op school; dit mag wel een keer.”)
Vijfenvijftig jaar geleden, en ik zie ons nog staan op die tribune. De rit op de tien kilometer van Ard Schenk tegen Göran Claeson. Ik dacht, weet het nog precies, Schenk moet bij Claeson in de buurt blijven. Dan gaat hij het redden. Wereldkampioen. Maar Schenk bleef niet in de buurt. Hij verpletterde die stoere Zweed met een nieuw wereldrecord van 15.01.6. Wat koester ik die herinneringen, inclusief de verrassing van de details die mij ook nu nog altijd bijstaan. Zij bezorgen mij keer op keer een zekere warmte, en hernieuwd geluk.
Over details gesproken. Ik zal niet zo ver gaan dat ik nog wist op welke bank ik in de trein zat, maar die coupé zou ik kunnen uittekenen. Propvol met mensen die op de late zondagavond, net als ik, de laatste trein van Utrecht naar Rotterdam moesten hebben. Om op maandag weer te gaan studeren, naar school te gaan of te gaan werken. Voor mij gold het middelste, mijn ouders bleven na een kort afscheid in de zaak in Utrecht. Rennen door het oude nieuwe Hoog Catharijne, snel snel via de traverse, om die laatste trein te kunnen halen. Een terugkomst bij mijn tante en oom dicht bij de Schiekade, waar ik vanwege die schoolopleiding in de kost was, en die eigenlijk al naar bed waren. De TL-buis boven de keukendeur was nog wel aan. Ze hoefden toen en daarna ook amper iets te weten over onze trip. Vragen werden door hen überhaupt zelden of nooit gesteld. Maar, dat is toch een voorwaarde voor een gesprek? Vragen? Zodat je kunt antwoorden? De vormende jaren dus. Ter voorkoming van misverstanden: die periode en diezelfde oom en tante hebben ook heel veel goeds voor mij betekend.
En dan op maandag mijn jubelverhalen op het schoolplein. Maar ook daar was geen behoefte aan, die jongen heeft een rijke fantasie. Het zal wel, maar vertel ze aan iemand anders. Want wij geloven je niet, je hebt het gewoon van de televisie. Maar ik was erbij!
Dit loopt spontaan uit mijn toetsenbordje, bijna automatisch, want ik wilde een heel andere kant op gaan. Laat maar lopen, zei ooit eens iemand tegen mij. Laat maar lopen.
Misschien is dat wel een mooie koppeling naar mijn weerzin nu bij al die sporters en hun tranen. De manier waarop dat telkens weer scherp en nauwgezet in beeld moet worden gebracht. Geen Jutta Leerdam zonder Jake Paul. Huilen & hartjes. Dat werk dus. Met vele uren daarvoor en ook nog eens achteraf al die analyses, al dat geouwehoer. Waardoor ik er niet meer voor ga zitten en al helemaal geen tijden meer opschrijf. Ik heb mij dit jaar beperkt tot enkele gouden ritten, zonder commentaar vooraf en achteraf. Maar wel met een diepe buiging voor Jorrit Bergsma.
Toen kwam op zondagmiddag de ijshockeyfinale. Daar ben ik wel pontificaal voor gaan zitten. Wat is dat toch een prachtige kijksport, en met de Verenigde Staten tegen Canada hebben we misschien wel de beste én de spannendste ijshockeywedstrijd ooit gezien. En dat niet alleen. Ik heb bewust afgestemd op NPO 1, omdat ik benieuwd was naar het Nederlandse commentaar. Nou, Jeroen Grueter ging volledig mee met het niveau van deze wedstrijd. Voor mij heeft hij nu al de prijs gewonnen voor Het Beste Live Sportverslag van 2026. Zo goed geïnformeerd, zo perfect de wedstrijd aanvoelend, zoveel belangrijke feitenkennis op de momenten die zich daarvoor lenen. En niet in het minst zijn authentieke enthousiasme, waardoor ijshockey eventjes de mooiste, de leukste en de meest fascinerende sport ter wereld werd. Oftewel, het kon allemaal niet beter deze middag.
Maar toen kwam de avond. Feyenoord tegen Telstar. Ook die wedstrijd heb ik gezien. Allebei teamsporten, waarbij het gaat om snelheid, fysieke kracht, inzet en inzicht. Het verdelen van het spel, de scherpte waarmee je in de wedstrijd zit. De coaching en voorbereiding. Mentale weerbaarheid. Iedere vergelijking gaat mank, maar deze verschillen tussen beide wedstrijden op één dag zijn groter dan extreem. Zeker omdat sommige mensen de top van de Nederlandse competitie nog als ‘topsport’ durven beschouwen. Grueter had daarom indirect nog een tip voor Van Persie en de zijnen. Ga met elkaar eens kijken naar ‘Miracle’.

