Over carrière en presteren.
Als werk geen werken is, dan is het ongewoon leuk. Bijvoorbeeld om naar mensen te luisteren over hun carrièrewensen. Daar moet je wel een onderscheid in aanbrengen, want over dit onderwerp heeft niet iedereen een interessant verhaal te vertellen. Mensen die altijd wel dit of dat hadden willen doen. Om er vervolgens aan toe te voegen dat dat niet is gelukt omdat er iedere keer wel wat tussen was gekomen. Familie-ellende doet het dan altijd goed, en daarom moet je begrijpen dat ze niet de stappen hebben kunnen maken die ze altijd wel hadden willen doen. Zielig dus.
Hé, dit is toch een vierde deeltje over je Indiareis? Ja, klopt. Maar ik heb daar bijna iedere dag op die manier wel een uurtje of zo gewoon doorgewerkt. Waarom ben je toeristengids geworden, bijvoorbeeld. Maar ik bedoel vooral een aantal ontmoetingen met jonge, lokale mensen die ik min of meer toevallig ben tegengekomen – of zij mij – in hotels en restaurants, of zomaar rond een gebedshuis.
Even heb ik overwogen om ASML na terugkomst in Nederland een factuur te sturen voor de werving van, pak’m beet, drie engineers op academisch niveau.
Want wat willen ze daar toch allemaal graag en goed carrière maken. Veel geld verdienen ook vooral. Presteren, zich bewijzen. Het “westen” is voor hen nog altijd het beloofde land, en ik heb geen pogingen ondernomen om hen dat uit hun hoofd te praten. Want ik denk daar wezenlijk anders over. Azië is het beloofde land, waar het westen al langere tijd is gezien. Maar ze willen hier naar toe komen. Het lijkt er op dat die jonge en (bijna) vers afgestudeerde mensen allemaal iets in ICT of Technische Bedrijfskunde hebben gedaan. Aan deze westerling vragen ze wat hun mogelijkheden zijn. Lang verhaal kort: op één van de mobiele apparaten die ze per definitie onder direct handbereik hebben, hebben we uiteindelijk samen op bijvoorbeeld de “Careers”-pagina van asml.com gekeken. Daar staan nu 458 jobs (net nog even gekeken), ik bedoel maar.
Ze wisten niet wat ze zagen. Zoveel mogelijkheden! En helpen ze je dan ook nog met huisvesting en zo? Ongeloof overheerst, als je vertelt dat er nog net niet wordt gemoord om aan de beste kandidaten te komen. De beste kandidaten? Voor veel bedrijven is iedere sollicitant wel goed, zo groot is de vraag naar mensen die technisch wat in hun mars hebben. Ze vroegen om een businesscard, waar ik eerder zoals gezegd ORS en diarreeremmers had meegenomen, ha ha… In één geval stapte een jonge vrouw die ik kort daarvoor in het restaurant had gesproken, nog eens op mij af toen ik op het gezamenlijke, overdekte terras wat zat te lezen. Ze stond op het punt om weer naar huis te vertrekken, wilde me nogmaals bedanken voor het onderhoud, en vroeg naar mijn gegevens om mij op de hoogte te houden voor het geval dat ze bij ASML aan de slag zou gaan. (Dan stuur ik alsnog die rekening 😉.)
Naderhand moest ik wel weer denken aan datzelfde ASML, bij mij om de hoek. Zouden zij niet een paar eigen recruiters in de grote steden op dat gigantische subcontinent hebben lopen? Om te doen wat ik daar soms letterlijk tussen de soep en de aardappels heb gedaan: luisteren naar kennelijk veelbelovende, fantastisch afgestudeerde mensen die wat willen met hun opleiding en hun leven. Je lijkt het net maar te hoeven ophalen.
Maar nu ga ik afronden, om snel naar Iran te kijken, tegen Nieuw-Zeeland in Los Angeles op het WK. Met Alireza Jahanbaksh, zo hoop ik. Want wat is dat toch een ongelofelijk sympathieke, toegankelijke prof. Ik heb letterlijk het genoegen gehad om hem af en toe even te spreken, small talk. Maar dat smaakte naar meer, natuurlijk ook omdat hij bij Feyenoord heeft gespeeld. Gezien de verhoudingen tussen de Verenigde Staten en Iran, betrap ik mijzelf er ook op dat ik heel erg vóór Iran ben, op dit belachelijke WK. Daarom schuif ik mijn bedtijd nog wel wat extra op. It’s a small world, after all.

