En toen was het voorbij. Niet met een grote klap, waar ik heel stilletjes nog even op had gehoopt, maar met een koninklijke wereldkampioen. Hoe kunstenaars dus toch kunnen winnen van criminelen. Want daar liepen er genoeg van, en niet alleen op het veld.
Ik heb er van genoten, niet alles is slecht. Dat opknippen van een wedstrijd in vier partjes kwam mij bijvoorbeeld heel goed uit. Omdat ik eigenlijk geen gewone ‘live’ televisie meer kijk, ik bedoel ‘lineair’, kon ik mooi doseren en zelf ook gaan knippen. Want mijn provider bracht al die wedstrijden in vier gedeeltes. Mijn nachtritme hielp ook wel mee om de meeste wedstrijden echt te kunnen volgen. En was het niet leuk of spannend, dan skipte ik een paar van die deeltjes, of ging naar een andere wedstrijd.
Curaçao! Kaapverdië! Ik heb nog niets gelezen over een prijs voor het mooiste doelpunt van het toernooi, maar voor mij was dat toch die goal van Sidny Lopes Cabral tegen Argentinië. My God, hoe zoiets als de FC Rotterdam de latere finalist de duimschroeven heeft aangedraaid. Ja, daar wil ik wel wakker voor blijven, hoor. Ik moest die nacht, met dat team van sprankelende spelers, ook wel even denken aan de kwaliteit van de scoutingspecialisten van met name een club als Feyenoord. Die pareltjes, stuk voor stuk liefhebbers van het edele voetbalspel, zouden op enkele honderden meters afstand van de Kuip op te halen zijn geweest. Maar nee, je gaat zoeken in Scandinavië, of Zuid-Amerika, Zuid-Korea en Japan. Nu spelen ze zelf in vaak dubieuze competities en voor clubs met moeilijke namen waar velen nog nooit van hebben gehoord.
Bestaat er ook een prijs voor de meest sympathieke speler? Doelman Vozinha van – alweer – Kaapverdië! De man heet eigenlijk Josimar Jose Evora Dias en speelt – hou je vast – op het tweede niveau in Portugal. Heeft op zijn 40ste nog nooit een wat grotere club gehad. Hoezo, de wereldwijde velden afspeuren naar betaalbare talenten? Dat hele elftal is over het hoofd gezien, en de voetbalwereld moest lachen om hun deelname. Nou, kijk die wedstrijden er nog maar eens op na. Niet alleen tegen Argentinië, maar ook die 0-0 tegen Spanje. Dat is niet toevallig de andere finalist en huidige wereldkampioen.
Of een beker voor de sympathiekste coach? Iemand die niet aan bekkentrekkerij doet, niet de krat met water kapot gaat lopen trappen of zijn spelers de huid vol scheldt. En die toch hoogst opmerkelijk weet te presteren, zonder budget, zonder uitgebreide staf en al die anderen, die ik hier eerder hulpsinterklazen heb genoemd. In Kaapverdië geloven ze niet in sinterklaas. Maar wel in Bubista! Ze houden daar van korte namen (overigens wel met een diepere betekenis en duiding), want deze 56-jarige trainer heet voluit Pedro Leitão Brito. Ook voor hem geldt dat zijn clubs als manager volledig onbekend zijn.
‘ZEVENTIEN MILJOEN BONDSCOACHES’
Daar raakt zowel het een als het ander aan mijn job bij No Nonsense Consultancy, vandaag de dag al een jaar of 37. Bedrijven, opdrachtgevers, zoeken de beste mensen doorgaans op en dicht langs de gebaande paden. Ze durven daar niet van af te wijken, want niemand doet dat. Intrinsiek kuddegedrag, want dat voelt comfortabel. Niks experimenteren. Vaste patronen, geijkte opleidingen, alle dogma’s over leeftijd en ervaring. Het ware talent wordt vaak niet gezien, laat staan herkend. De schreeuwers worden gehoord. Ik blijf bij voetbal met Dick Advocaat, die in zijn tijd bij Oranje ooit opmerkte “dat dit land 17 miljoen bondscoaches heeft”. Zo is het ook met al die mensenkenners. Ze weten precies wat nodig is, en huren slechts advies in om te worden bevestigd.
Nee, dat is zeker niet de schaamte voorbij. Die kop boven dit stukje, maar het loopt uit. Dus schrijf ik nog wel een tweede blog daarover, of voor mijn part een derde. Dan valt ook dat op zijn plaats.
Maar voor nu: wat was het grotendeels mooi, fascinerend, spannend en kolderiek. De authentieke emoties op de tribunes. Werkelijk geweldig in beeld gebracht – een regelrechte topprestatie van de regie – en niet met al die modellen die bijvoorbeeld in Qatar nog werden opgevoerd. Dit waren echte mensen. Natuurlijk ook wel de burgers die in hun respectievelijke landen om welke reden dan ook tot de (financiële) bovenlaag behoren. Want anders hadden ze daar niet gezeten, gestaan, gejuicht, gedanst en gehuild. Het heeft een hele periferie, ook daarover later meer, tot een ongekende performance opgezweept.
En ik? Ik moet afkicken.
Bij publicatie is Suriname ook als deelnemer genoemd, in plaats van Curaçao. Dat is hierboven aangepast.

