Over eten en drinken.
Op reis gaan naar India betekent zo ongeveer bij het kruisje tekenen voor een voedselvergiftiging. Niet aan te ontkomen. Bij mijn bezoek aan drogisterij Etos wist de service verlenende verkoper mij te overtuigen om de hoeveelheid van al mijn preventief ingeslagen middelen te verdubbelen. Dan hebben we het over diarreeremmers en bijvoorbeeld een product als ORS, dat je vochthuishouding herstelt. Ik heb het aangevuld met ontsmettingsdoekjes en een gemakkelijke ontsmettingsspray. Eenmaal bij de kassa begreep een wat oudere mevrouw dat ik naar India onderweg was. Ze schudde haar hoofd. “Houd er maar rekening mee dat je daar ziek, zo niet doodziek gaat worden. Ik ben er geweest. Je kunt niet voldoende middelen meenemen, en richt je anders lokaal tot een apotheek. Die weten het vaak toch beter.”
Nou, lekker dan. Allemaal leuk, als je gaat reizen en ook al van de GGD te verstaan hebt gekregen dat je uiterst kwetsbaar bent in zo’n land. Zelfs het tandenpoetsen mag je niet met kraanwater doen. Download de app.
Dat laatste heb ik niet gedaan. En toch ben ik niet ziek geworden, godzijdank, en heb ik dus geen enkele verpakking die ik bij Etos had ingeslagen, hoeven te openen. Alhoewel, dat laatste klopt niet. Want ik heb volop gebruik gemaakt van die ontsmettingsdoekjes. Al was het maar voor het goede gevoel.
Zoals zo vaak en op heel veel onderwerpen: gebruik je gezonde verstand. Common sense. Je komt op zoveel plekken de heerlijkste gerechten tegen, het ruikt veelbelovend en je hebt toch al trek. Dan ligt die aankoop bij zo’n straatstalletje voor de hand, want het kost ook bijna niks. En natuurlijk, je wilt het proberen. Ontdekken. Zie je het voor je? Nou, ik wel. Die argeloze toeristen op vakantie. Eten en drinken, proberen, ondergaan en beleven. Want dat is toch vakantie? Eh, nou nee, in ieder geval niet op straat in India. Ik heb het niet gedaan en gekozen voor de beste restaurants, aangeduid door de lokale bevolking.
Ga niet naar binnen als er (bijna) geen andere gasten zijn. Nogmaals, laat je lokaal informeren en dan komt het goed. De beste en daardoor vaak ook de duurste restaurants van Mumbai, Delhi, Kolkata, Ahmedabad en Chandigarh zijn voor jou en mij nog altijd zeer betaalbaar. Oftewel, daar koop je hier in een ballentent nog geen “aangeklede saté” (brr…) voor.
Dat restaurant in Ahmedabad bijvoorbeeld. Ik was keurig ‘afgeleverd’ in mijn hotel daar, maar wilde de zoveelste avontuurlijke dag afsluiten met een rijk diner (zoals wel vaker 😊). En niet zomaar in een restaurant. Zijn dienst zat erop, maar mijn gids wist wel een goed etablissement. In mijn geval ‘non veg’, want ik ben een uitgesproken carnivoor. In grote delen van India heb je het dan lastig, omdat ze daar strikt vegetarisch zijn en alles met bonen, kruiden en aardappelen proberen goed te maken. Lekker voor één of twee dagen, desnoods drie, maar daarna begint het mij te vervelen.
Spring maar achterop, zo luidde zijn voorstel. Dan breng ik je, en kun je straks terug naar je hotel met een auto-rickshaw (tuk tuk). Ik klom op zijn Royal Enfield Himalayan, en wij door het drukke en donkere avondverkeer van Ahmedabad. Zonder helm, goed vasthouden. Hij beloofde mij wat rustiger te rijden dan hoe hij normaal over deze straten en wegen zou navigeren. En dat deed hij. Gelukkig.
Nadat ik hem had verteld dat ik zelf enkele jaren een Honda Pan European had gereden, bood hij mij spontaan en welgemeend aan om zijn motor even af te staan. Dan kon ik zelf een ritje maken door de stad. Ik heb vriendelijk bedankt voor die eer – inderdaad, dat durfde ik daar echt niet aan – , en ben na ons afscheid bij mijn speciale restaurant naar binnen gegaan.
Daar zie je wat je in alle restaurants over de hele wereld ziet. Samen, familie, met elkaar. Eten is een feest. Zoveel meer dan een uitje, laat staan je honger stillen. Bij de tafel in het rijtje voor mij, arriveerde een stel, twee jonge mensen. Hij vol met bling bling, korte broek en fancy T-shirt. Uiteraard balancerend met een stuk of drie smartphones, want in India is één smartphone geen smartphone. Zijn partner was volledig onherkenbaar door haar boerka. Ja, ik kon nog wel de eyeliner zien toen onze blikken elkaar troffen. Terwijl ik me afvroeg hoe dat straks moest als haar eten op tafel zou komen, zag ik haar besmuikt kijken naar de tafel naast haar. Een uitgebreide, vrolijke familie, waar mannen, vrouwen en kinderen er feestelijk, kleurrijk uitzagen en plezier hadden. Geen westerlingen hoor, ook Indiase mensen. Zo kan het ook. De man bij haar wist van niets, en keek alleen maar op zijn schermpjes. Geen aandacht, geen enkele communicatie.
Nadat mijn kip uit de tandoor met rijst en de zoveelste buitengewone, lokale saus – die ook hier werkelijk bol stond van de verse kruiden en ingrediënten – was opgediend, zag ik dat ze het stuk textiel dat voor haar gezicht zat over haar hoofd achter haar kon laten, en zodoende een vorkje mee kon prikken. Zij was ondanks haar onmenselijke vermomming een charmante persoonlijkheid, en ik heb nog altijd het idee dat we het eens waren, wederzijds begrip, toen we elkaar daar in Ahmedabad zo opnieuw in de ogen keken.

