Het directe vervolg op EEN TUSSENSTANDJE. Over mijn gevoelens voor Feyenoord, die er niet meer zijn. Voor mijzelf is dat nog wel de grootste verrassing. Van jongs af aan Feyenoord-supporter. Ik stond op de Coolsingel na het winnen van de Europacup met Ernst Happel. Ik herinner mij kort daarna mijn ongeloof na de uitschakeling van diezelfde kampioenen door het Roemeense UT Arad. Niet ver van de plek waar ik enkele maanden daarvoor nog stond te juichen en te zingen, ben ik die middag een winkel binnengestapt (Van Os Lederwaren), of zij mij iets meer konden vertellen. Was het zeker? Feyenoord uitgeschakeld door UT Arad?
Daarna volgden vele tientallen bezoeken aan de Kuip en werd ik door mijn vader verrast op twee tickets voor de finale van de UEFA Cup tegen Tottenham Hotspur in Londen (1974), samen met Milia. Met het vliegtuig even op en neer. Onvergetelijk, ik weet alles nog zo minutieus. Zoals zoveel, ook rond Feyenoord. Leo Beenhakker, “die de mensen hun cluppie wilde teruggeven”. Nou, dat heb je zeker gedaan, Leo. Zelfs meerdere keren. Nogmaals dank en een diepe buiging uit ons geliefde Rotterdam. De opleving onder Arne Slot; zo’n wedstrijd tegen Celtic bijvoorbeeld. Hoeveel emoties kunnen er door heel je lijf gieren? Enzovoort, en zo verder.
Tot eerst Brian Priske en meteen daarop Robin van Persie, vorig seizoen. Nu is het klaar. In mijn omgeving heb ik dat geduid als een gevoel dat je moet hebben als je in een huwelijk of relatie helemaal niet meer van elkaar houdt. Het is weg, die liefde. Je hebt samen kinderen en misschien zelfs wel kleinkinderen. Maar je houdt niet meer van elkaar. Je bent hevig teleurgesteld, (voelt je) bedrogen, onbegrip overheerst en wat je voorheen allemaal gezamenlijk had is op de een of andere mysterieuze manier gaandeweg door de goot weggespoeld. Vreselijk, maar ineens is daar de leegte. Het grote niks.
Misschien is dat ook Beenhakker wel overkomen. Want die kwam ook nooit meer in de Kuip na zijn vernedering door Eric Gudde, begin 2011. Per direct ontslagen, zogenaamd vanwege een vertrouwensbreuk. Zijn Feyenoord, waar hij eveneens als kleine jongen aan de hand van zijn vader naar ging kijken. “Dat hele kolere eind lopen.”
Hij bleef Feyenoord daarna nog wel volgen, en pikte zijn wedstrijden mee. Thuis, voor de tv. Doe ik ook, maar net zoals ik bijvoorbeeld ook naar Real Madrid, ManUnited, Liverpool of Celtic zit te kijken. Als belangstellende toeschouwer, niet als supporter. Dat is helemaal over. ik voel niks meer. Helemaal niks. Rond Feyenoord is het een confronterend feit, dat ik zelf als allerlaatste had verwacht. “Feyenoorder ben je niet voor even, maar voor het leven.” Mooi gezegd, maar het is in mijn geval een holle kreet geworden.
Mijn jongste dochter gelooft me niet. Ze zegt dan altijd “Ik spreek je nog wel”, maar ik kan haar niet, ik zou bijna zeggen, geruststellen.
Maar het voetbalspelletje, en de spelletjes, blijf ik volgen. Met veel plezier.
Een korte, maar voor mij veelbetekenende toevoeging. Kijk net even, toevallig, hoeveel jaar er eigenlijk zit tussen de start en het definitieve einde van deze liefde. Het zal toch niet? Ja, wel. Dat is dus 56 jaar, na het winnen van de eerste en enige Europacup. Het is precies acht keer zeven. Don’t say more, maar het verklaart alles.

